Schrijver Maddy Stolk spreekt bij Indisch Monument over doorgeven van trauma: 'Mijn moeder zei: stel je niet aan, jij hebt niet in het jappenkamp gezeten'
In dit artikel:
De Amsterdamse schrijver Maddy Stolk (56) spreekt zaterdagavond bij het Indisch Monument in Den Haag over de manier waarop oorlogservaringen van Indische families generaties lang doorwerken. Tijdens de jaarlijkse herdenking wordt stilgestaan bij 15 augustus 1945, de dag waarop Japan capituleerde en de Tweede Wereldoorlog in het Koninkrijk der Nederlanden eindigde. Dat moment krijgt in Nederland minder algemene aandacht dan Bevrijdingsdag op 5 mei.
Stolks ouders overleefden de Japanse interneringskampen in voormalig Nederlands-Indië. Zij werd in 1970 in Nederland geboren en beschrijft zichzelf als iemand die tussen beide werelden staat. Haar ouders voelden zich na hun komst naar Nederland evenmin volledig thuis. Volgens Stolk is die ontheemdheid onderdeel geworden van haar familiegeschiedenis en van haar eigen identiteit.
Na de oorlog en de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd kwamen tussen 1945 en 1965 ruim 300.000 mensen vanuit Indië naar Nederland. Onder hen waren zowel Nederlanders van volledig Europese afkomst als mensen met een gemengde Europese en Aziatische achtergrond. Stolk wijst erop dat afkomst en huidskleur binnen de Indische gemeenschap gevoelig lagen. Tijdens de Japanse bezetting kon een meer Indische identiteit bescherming bieden, terwijl vóór de oorlog een lichtere huidskleur vaak meer aanzien betekende.
De ontvangst in Nederland verliep volgens haar moeizaam. Indische Nederlanders die geen familie of financiële middelen hadden, werden ondergebracht in contractpensions, waar zij zich volgens de toenmalige normen moesten aanpassen aan de Nederlandse samenleving. Hun eetgewoonten en dagelijkse gedrag werden gecontroleerd. Ook moesten zij de overtocht en opvang zelf terugbetalen. Diploma’s uit Indië werden vaak niet erkend, waardoor veel nieuwkomers laagbetaald werk moesten doen en soms tientallen jaren schulden hielden.
Stolk spreekt in haar toespraak over het zwijgen rond de oorlog. De eerste generatie kreeg volgens haar vooral mee dat zij niet moest klagen, maar moest doorgaan en vooruitkijken. Tegelijkertijd was er in het naoorlogse Nederland weinig belangstelling voor verhalen over de kampen en de koloniale oorlog. Ook de overheid stimuleerde volgens Stolk dat er niet over Indië werd gesproken. Die combinatie maakte het moeilijk om ervaringen en verdriet binnen families bespreekbaar te maken.
In haar eigen gezin uitte dat trauma zich verschillend. Haar moeder sprak nauwelijks over haar kamptijd en reageerde afwijzend op vragen. Zij probeerde in Nederland volledig op te gaan, maar bewaarde intussen veel spullen. Stolk herkent daarin het gedrag van mensen die vrijwel alles verloren en met weinig bezittingen naar Nederland kwamen. Haar vader vertelde juist voortdurend over zijn jeugd en oorlogservaringen, maar verpakte ook zeer gewelddadige herinneringen in humor. Geen van beiden voelde zich volgens Stolk echt verbonden met Nederland.
Zelf ontdekte Stolk haar Indische achtergrond pas nadrukkelijk toen zij na haar studie stage liep bij het tijdschrift Moesson, waarvoor haar vader schreef. De omgang tussen de medewerkers deed haar denken aan haar ouders en gaf haar het gevoel dat zij daar thuishoorde. Later schreef ze twee boeken over haar familie: Soedah, laat maar over het kampverleden van haar ouders en Waar wij altijd geweest zijn over drie generaties Indische vrouwen.
De belangstelling voor de Indische geschiedenis groeit volgens Stolk, mede dankzij de derde generatie. Jongere familieleden stellen vragen over de Japanse bezetting en verdiepen zich in de cultuur die dreigde te verdwijnen. Stolk wil haar dochter vooral trots, warmte, gastvrijheid en veerkracht meegeven, zonder het familietrauma aan haar door te geven. Toch merkt ze dat ook haar dochter soms geleerd heeft pijn te relativeren. Daarmee laat de schrijver zien hoe oorlogservaringen niet alleen via verhalen, maar ook via opvoeding en gedrag kunnen worden overgedragen.
Koning Willem-Alexander ontbreekt dit jaar bij de herdenking. De belangstelling voor de bijeenkomst neemt volgens Stolk desondanks toe.
De Oranjezomer: Noa Vahle zet vraagtekens bij transfer Mika Godts naar Paris Saint-Germain