Schrijver Esther Goedegebuure zag Oud-Zuid veranderen: 'Beethovenstraat nu is alles wat oudere bewoners niet zijn'
In dit artikel:
In Oud‑Zuid signaleert schrijfster Esther Goedegebuure een zichtbare breuk tussen “oude” en “nieuwe” bewoners, en dat illustreert zij aan de hand van een onverwacht symbool: de Birò, het kleine elektrische karretje. Waar oudere bewoners uit de culturele sector die auto’s verwerpen, parkeren nieuwe, vaak welgestelde arrivés er meerdere op een straathoek. Voor Goedegebuure zijn die karretjes geen vervangers van benzineauto’s maar van fiets of scooter, en ze staan tegelijk voor een bredere verpoenering van de buurt — denk aan de Beethovenstraat die volgens haar steeds ‘posher’ wordt.
Haar eigen woongebouw noemt ze illustratief voor die veranderingen: boven haar wonen een expatkoppel en een deelwoning is eigendom van Londenaren die er slechts weken per jaar verblijven. Rond de Nicolaas Maesschool zijn veel kinderen expats; op straat klinkt Engels, Frans of Spaans. Dat contrast laat zien hoe Oud‑Zuid evolueert van een wijk met een vrij hechte, cultureel georiënteerde gemeenschap naar een internationalere, kapitaalkrachtigere enclave.
Goedegebuure, jarenlang hoofdredacteur van het vrouwenmaandblad JAN toen dat kantoor op de Keizersgracht zat, publiceerde recent het boek Vaders als vervolg op Moeders. In het interview schetst ze haar persoonlijke achtergrond: opgegroeid in het dorpje Zoeterwoude bij Leiden, het gevoel er anders te zijn, en het pad naar Amsterdam via studie en werk bij De Arbeiderspers. Met haar man Lodewijk begon ze op een zolder aan de Herengracht; later werkte ze van 2005 tot 2019 met uitzicht op de gracht, en zag daar de toename van toerisme, tikTok‑cultuur en wietgebruik — aspecten die volgens haar de grachtengordel onderscheiden van het meer dorpsachtige gevoel van Zuid, waar mensen elkaar op straat kennen.
Over haar kinderen is ze duidelijk bewonderend en ietwat jaloers: ze konden hier deelnemen aan toneelclubs, tekenlessen in Artis en andere culturele activiteiten waarvan zij als kind droomde. Drie kinderen zijn inmiddels uit huis en studeren in Delft en Leiden; of ze terugkeren naar Amsterdam is onzeker — Goedegebuure wijst erop dat het voor veel jonge, ook hoogopgeleide mensen moeilijk is om in de stad te blijven wonen.
De keuze om een boek over vaders te schrijven ontstond deels uit de wens om de rol van ouderschap te onderzoeken na haar boek over moeders en na een reorganisatie die haar werkidentiteit veranderde. Ze signaleert een generatiekloof: vaders van eerdere generaties stelden carrière en status centraal en hadden weinig oog voor emotionele ontwikkeling, terwijl de vaders van haar en jongere generaties veel meer introspectie tonen, therapie en actieve betrokkenheid bij de opvoeding. Het hoofdstuk over haar man contrasteert expliciet diens manier van vader zijn met die van haar eigen vader — en illustreert zo de maatschappelijke omslag richting meer affectieve en bewuste vaderschap.
Tegelijk erkent Goedegebuure dat het veel van deze veranderingen een luxeproduct zijn: alleen wie aan basiszekerheden voldoet, kan de tijd en middelen investeren in intensieve betrokkenheid bij kinderen. Ze verwijst naar bijdragen van auteurs als Özcan Akyol en Edson da Graça in haar boek: ook zij, met een andere achtergrond, zijn extreem betrokken ouders — soms met neiging tot overcompenseren.
Samengevat gebruikt Goedegebuure haar buurt, gezin en carrière als casus voor bredere thema’s: gentrificatie en internationalisering van Amsterdam‑Zuid, veranderende omgangsvormen tussen generaties, en de ongelijke kansen om intensief ouderschap te beoefenen. De Birò’s zijn daarbij meer dan vervoermiddel; ze zijn een klein maar sprekend symbool van sociale en culturele verschuivingen in de stad.
Vandaag Inside: Frenkie de Jong bijt van zich af: 'Heel veel mensen snappen niks van voetbal!'