Schrijver en columnist Karin Spaink is niet boos over haar einde. 'Het blijft een naar idee, maar ik vind het een goede beslissing om nu dood te gaan'

zaterdag, 9 mei 2026 (08:02) - Het Parool

In dit artikel:

Karin Spaink (68), jarenlang columnist van Het Parool en auteur van Het strafbare lichaam, heeft afgelopen vrijdag euthanasie gekregen. Na decennia van ziekte — multiple sclerose sinds 1986, een hersenbloeding negen jaar later en borstkanker in 2006 — voelde ze dat haar leven in kwaliteit was afgenomen en dat verder gaan vooral zou betekenen dat ze haar zelfstandigheid zou verliezen. Ze besloot daarom geen verdere behandeling meer te ondergaan en een einde te maken aan haar lijden.

Spaink werkte bijna dertig jaar regelmatig voor Het Parool en stond bekend om haar scherpzinnige commentaar op grenzen van het menselijk bestaan en de strijd tegen kwakzalverij. De laatste jaren ging het lichamelijk sterk bergafwaarts: sinds de zomer van 2023 leed ze aan een zware MS-aanval, viel haar mobiliteit hard terug en raakte ze snel vermoeid. Fysiiek hielden haar benen haar vaak niet meer; ze moest zich overal aan vasthouden om overeind te blijven. Volgens Spaink kostte alles “idioot veel moeite” en zette de achteruitgang het afgelopen halfjaar stevig door.

Hoewel ze al jaren middelen ter zelfdoding in huis had, koos Spaink uiteindelijk voor een gereguleerde euthanasie via het Expertisecentrum Euthanasie. Haar eigen huisarts had nog nooit een euthanasie uitgevoerd, wat voor beide partijen emotioneel belastend zou zijn; daarom koos ze voor gespecialiseerde begeleiding. Ze benadrukte dat de medische mogelijkheden eindig zijn — na meerdere pogingen tot behandeling is het onwaarschijnlijk dat een volgende kuur nog verbetering zal brengen — en dat doorbehandelen ook een bewuste keus is waar te weinig open over gesproken wordt. “Het probleem is dat we te weinig praten over de dood,” zei ze in het gesprek.

Voor Spaink ging het bij haar besluit ook sterk om autonomie: ze wilde niet afhankelijk worden van anderen voor basale handelingen zoals naar de wc gaan of uit bed komen. Een verpleeghuis, hoe “leuk” sommigen dat ook voorstelden, was geen alternatief. Ze wilde haar leven zelf “inpakken”: praktische zaken zoals de zorg voor haar kat en planten regelen en afscheid nemen van vrienden. In plaats van een klassieke begrafenis organiseerde ze wekelijkse bijeenkomsten bij Brouwerij ’t IJ — informele borrels met vrienden — zodat afscheid nemen minder individueel en meer collectief kon plaatsvinden. Deze bijeenkomsten gaven haar volgens haar veel troost en zorgden ervoor dat mensen elkaar gingen steunen.

Spaink sprak ook over de maatschappelijke kanten van euthanasie: ze beschouwt het als een beschaafde oplossing die voorkomt dat mensen gedesillusioneerd of gevaarlijk in hun eentje een einde aan hun leven zoeken. Ze vertelde over een vriendin die zelfdood pleegde en de zware nasleep voor de achterblijvers, en dat idee wilde ze niet aan anderen belasten. Voor haar voelde euthanasie als een waardig alternatief waarbij een arts toekijkt of alles goed verloopt, in plaats van een geïsoleerde, onzekere handeling.

In het interview klonk geen angst voor de dood; eerder een praktische en weloverwogen afsluiting van een lang ziekzijn. Spaink wilde haar afscheid bewust inrichten en pleitte voor meer openheid over sterven en rouwen in de samenleving. Het artikel is een portret van iemand die, na jaren van ziekte en behandeling, controle terugvond in het eigen leven door bewust te kiezen voor euthanasie.