Schrijver Babette Porcelijn wil een wereld zonder uitbuiting en milieuschade, waar alle stemmen worden gehoord
In dit artikel:
Porcelijn zit op een balkon bij de Sloterplas in Amsterdam en legt uit waarom haar nieuwe boek De trias economica deze week verschijnt: ze wilde de wortels van het falende duurzame beleid blootleggen en ontdekte dat machtsconcentratie in het huidige economische systeem veel van de problemen veroorzaakt. Volgens haar zorgen westerse staten en multinationals ervoor dat hulpbronnen en arbeid in het mondiale zuiden onderbetaald worden, terwijl beslissingen vooral in bestuurskamers worden genomen en de getroffenen — arbeiders, natuur, toekomstige generaties — geen invloed hebben.
Als voorbeeld noemt ze de koffieketen: de financiële waarde stroomt vooral naar grote branders en investeerders, terwijl de koffieboer weinig overhoudt. Zulke ongelijkheden en vermogensconcentratie leiden historisch tot economische achteruitgang en nu ook tot ecologische overschrijding van planetaire grenzen.
De trias economica is een voorstel om de macht in de economie strikt te scheiden, naar analogie van de trias politica. In plaats van dat financiële macht, bedrijfsbesturing en publieke regelgeving in elkaar overvloeien, pleit ze voor duidelijke scheiding en meer inspraak voor stakeholders — mensen en groepen die door beslissingen worden geraakt. Concreet stelt ze voor grote aandeelhoudersvergaderingen te vervangen door stakeholdersvergaderingen waarin vakbonden, ngo’s en zelfs vertegenwoordigers van natuurbelangen een stem hebben. Een nationale Raad van Stakeholders zou namens het publiek toezicht kunnen houden; er is ook ruimte voor dynamisch kiesrecht: wie het hardst geraakt wordt, krijgt meer zeggenschap.
Om omkoping of terugsluipen van aandeelhouders te voorkomen, wil ze de financiële sector transformeren naar non-profitstructuren, terug naar geld als ruilmiddel en minder als handelswaar. Commerciële rente zou geen motor moeten zijn voor economische keuzes; rente mag risico en kosten dekken, maar niet het doel zijn. Ze stelt dat innovatie vaak juist uit publieke sectoren komt (universiteiten, defensie) en dat aandeelhouders met kortetermijnrendement vernieuwing juist in de weg staan. In een trias-systeem zou geldstroming naar maatschappelijke innovaties kunnen verbeteren.
Een ander kernidee is dat productiefactoren — land, natuur, arbeid, kennis — “van zichzelf” worden: ze krijgen eigen rechten en een niet-commerciële voogd die in stakeholdersvergaderingen meepraat. Daarmee kan de natuur grenzen stellen en planetaire grenzen bewaken.
Porcelijn wil geen nieuwe ideologie; ze zoekt praktische spelregels die rechtvaardiger en duurzamer uitpakken voor de meerderheid. Ze erkent wel praktische obstakels: minder vertrouwen in burgerlijke organisatiekracht en weerstand van gevestigde belangen. Als eerste stap ziet ze geldschepping buiten commerciële banken als cruciaal, omdat het huidige banksysteem groeidwang in stand houdt.
Over groei zegt ze dat eindeloze economische expansie op een eindige planeet onmogelijk is. Met true pricing — het doorrekenen van verborgen milieukosten — zou de economie feitelijk kleiner maar gezonder en welvarender worden; sturing moet gericht zijn op de kwaliteit van activiteiten, niet op groeicijfers.
Het boek wekt al debat en sluit aan bij bestaande ideeën zoals rechten van de natuur, steward-ownership en true pricing. In Porcelijns ideale wereld leidt de trias economica tot minder uitbuiting en minder milieuschade, met mensen die als hoeders van de natuur optreden. Politieke haalbaarheid, internationale coördinatie en weerstand van machtige spelers blijven echter belangrijke uitdagingen voor zo’n transitie.