Schrijfsters Daan Borrel (1990) en Anja Meulenbelt (1945) over literatuur en de 'vrouwenhoek': 'We hebben nog wel wat in te halen'

woensdag, 11 maart 2026 (11:15) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Twee vrouwelijke schrijfsters uit verschillende generaties spreken elkaar in Meulenbelts galerijwoning in de Amsterdamse Helmersbuurt over literatuur, feminisme, lichamen en politiek. Anja Meulenbelt (1945), beroemd sinds De schaamte voorbij (1976) en recent bekroond met de P.C. Hooft-prijs voor beschouwend proza, en Daan Borrel (1990), auteur van romans en pamfletten zoals Rechts verpest onze seks (2026), vergelijken hun ervaringen met hoe vrouwen over seks, moederschap en politieke macht schrijven en worden gelezen.

Meulenbelt vertelt hoe haar vroege werk het privé-publieke grensvlak doorbrak en hoe zij halverwege de jaren zeventig een nieuwe familie vond in de vrouwenbeweging. Ondanks gezondheidsproblemen is ze vitaal en opgewekt; de prijsontvangst vorige lente overviel haar, niet alleen als persoonlijke eer maar vooral als erkenning van geëngageerd schrijven en van ruimte voor vrouwelijke levensverhalen in de Nederlandse literatuur. Ze ervaart die eer als collectief: het signaal dat ook andere, eerder genegeerde stemmen nu aan de beurt kunnen komen.

Borrel is net moeder van twee dochters en laat zien dat moederschap en schrijverschap elkaar kunnen versterken. Haar recente pamflet koppelt de cultuur van rechts aan veranderingen in intimiteit: politieke uitsluiting, hiërarchie en controle beïnvloeden volgens haar ook seksuele vrijheden en erotiek. Haar eerdere werk — de briefroman Soms is liefde dit (2018), de roman De dragers (longlist Libris) en samenwerkingsprojecten als Krabben (2020) en Baren buiten de box (2024) — onderzoekt lichaam, verlangen en de harde realiteit van geboortezorg. Uit dat laatste onderzoek bleek dat veel vrouwen de zorg als respectloos of grensoverschrijdend ervaren, en dat discriminatie en hogere risico’s voor zwangeren en baby’s vooral mensen van kleur treffen.

Beiden herkennen dat veel belangrijke veranderingen bereikt zijn — vrouwen werken buiten de deur, er is meer zicht op mannelijk ouderschap — maar benadrukken tegelijk dat emancipatie stagneert en dat er zelfs een terugslag gaande is. Meulenbelt wijst op het verdwijnen van vanzelfsprekende privileges bij mannen en de ongemakkelijke reactie daarop; Borrel koppelt de opkomst van rechts politiek expliciet aan mindere levenskwaliteit en minder ruimte voor seksualiteit en intimiteit. Ze zijn het eens dat de verdeling van zorgtaken in heterorelaties nog lang niet gelijk is: structurele maatregelen (zoals vaderschapsverlof) en cultuurveranderingen blijven nodig.

De auteurs discussiëren ook over de literaire “vrouwenhoek”: vroeger werden boeken over lichamen, baren en seksualiteit makkelijk in dat hoekje geplaatst en daardoor genegeerd. Meulenbelt omarmt die plek deels — ze vertelde dat ze er blij in bleef zitten — en ziet de recente waardering als doorbraak: persoonlijke verhalen kunnen hoogliterair en maatschappelijk relevant zijn. Borrel ervoer hoe een Libris-nominatie haar bevestigde als literaire stem en hoe recensies hielpen haar werk buiten een niche te tillen.

Hun gesprek is intiem en soms scherp: ze bespreken familieverleden en generatieverschillen (Meulenbelt wilde weg van de rol van moeder die haar eigen moeder voorgedragen kreeg; Borrel groeide op met werkende moeders die zwaar dubbelbelast waren), de noodzaak van solidariteit tussen vrouwen, en de manieren waarop vrouwen elkaar nog steeds kunnen tegenwerken — de zogeheten “krabbenmand”. Beide pleiten voor intergenerationele gespreksruimte: Borrel mist praatgroepen waar jonge en oude vrouwen ervaringen delen, Meulenbelt herinnert aan de bevrijdende effecten van die gesprekken in de jaren zeventig.

Praktische voorbeelden van politieke impact komen terug: bezuinigingen op zwangerschapsuitkeringen of verkort vaderschapsverlof werken ongelijkheid in de hand en contraproductief voor bevolkingsbeleid; economische druk en neoliberaal denken bedreigen ruimte voor erotiek en intimiteit. Meulenbelt benadrukt dat erkenning van vrouwelijke levensverhalen ook ruimte schept voor stemmen uit verschillende klassen en culturen; Borrel signaleert dat diensten als geboortezorg systeemfouten en discriminatie bevatten die aandacht en herstel vragen.

Het gesprek eindigt in een gedeeld verlangen: meer wederzijdse aandacht tussen generaties, meer structurele voorzieningen die gelijkheid en intimiteit mogelijk maken, en literatuur die niet wegkijkt voor lichamelijke ervaringen. Voor Meulenbelt betekent de P.C. Hooft-prijs vooral dat het literaire veld nu beter openstaat voor geëngageerde, op het leven gestoelde observaties; voor Borrel bevestigt recente erkenning dat persoonlijke thematiek ook serieuze literatuur kan opleveren. Samen laten ze zien hoe politiek, lijfelijke ervaring en taal elkaar blijven doorkruisen in het debat over emancipatie en cultuur.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Johan Derksen kijkt uit naar nieuw SBS6-programma Sing With Me: 'Het lijkt mij héél leuk!'