Schrijfster Stéphanie Hoogenberk voelde zich eenzaam toen ze net in Amsterdam woonde: 'Ik belde de hele dag met mijn ouders'
In dit artikel:
Schrijver en columnist Stéphanie Hoogenberk vertelt in gesprek met Robert Vuijsje hoe Amsterdam en haar geboortestad Sittard voor haar met elkaar verbonden zijn geraakt door de dood van haar moeder. Ze groeide op in Geleen en Sittard, waar haar vader een apotheek runde en waar volgens haar iedereen elkaar kent. Toen ze na haar opleiding naar Amsterdam verhuisde, was dat een grote stap: ze kwam in De Baarsjes terecht, voelde zich vaak eenzaam en bouwde langzaam een leven op in de stad. Inmiddels woont ze nog altijd in West, nu in Oud-West, en waardeert ze juist de anonimiteit en diversiteit van Amsterdam. Een ruzie of een ongemakkelijke ontmoeting verdwijnt er makkelijk uit beeld, iets wat in Sittard volgens haar onmogelijk is. In haar boek Wij vinden dat fijn beschrijft ze in dagboekvorm de laatste maanden van haar moeder en de voortdurende treinreizen tussen Amsterdam en Sittard. Voor Hoogenberk staat het boek ook voor wat rouw betekent: afstand schept rust, maar houdt het verlies tegelijk op afstand. Ze wilde laten zien hoe groot het verlies van een ouder is en hoe belangrijk goede, empathische artsen daarbij zijn.
De Oranjezomer: Jan Slagter heeft opvallende bijnaam voor Victor Vlam: 'Zo noemen we hem thuis'