Schrijfster Rietje Bijlholt vertelt hoe drie vrouwen de dans naar Groningen brachten

maandag, 15 december 2025 (10:13) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

In Groningen ontstond danscultuur niet vanzelf; het werk van drie vrouwen legde de basis. Schrijfster en oud-danseres Rietje Bijlholt brengt dat verhaal samen in Zij leerden Groningen dansen, een boek dat zondag 14 december wordt gepresenteerd. Het schetst hoe Friedel van Bruggen, haar dochter Gretel en later Lili Rus theaterdans en ballet in de stad vestigden, tegen een achtergrond van kerkelijke argwaan en sociale terughoudendheid.

Friedel van Bruggen (geboren 1887 in Mayen) verhuisde rond 1910 naar Groningen en raakte na persoonlijke tegenslagen op middelbare leeftijd opnieuw gefascineerd door dans. Dankzij lessen in Wiesbaden, Berlijn en Parijs opende ze in de jaren twintig een dansschool in een pand aan het Martinikerkhof. Wat begon als stijldansen en ritmische gymnastiek groeide snel: Friedel gaf niet alleen wals, foxtrot en rumba, ze leerde haar leerlingen ook etiquette. In 1928 werd achter haar huis een ruime studio gelegd met een spiegelvloer en vleugel — een plek waar de lokale dansgeschiedenis echt vorm kreeg.

Haar dochter Gretel drukte het meeste stempel op de cultuur: als choreografe en docent bouwde ze Dansgroep Gretel van Bruggen op, gaf groots opgezette voorstellingen in de Stadsschouwburg en breidde de school uit met dependances in onder meer Veendam, Heerenveen en Emmen. In Groningen betekende ‘op Gretel zitten’ prestige; veel latere docenten en dansscholen ontsproten aan haar leerlingen. Schilders van kunstenaarscollectief De Ploeg waren regelmatig aanwezig tijdens lessen en tekenoefeningen, wat de wisselwerking tussen podiumkunst en beeldende kunst illustreert.

In de jaren zestig verscheen een nieuwe speler: Lili Rus (Lili Wolters-Rus) startte in 1962 de school Terpsichoré en introduceerde een bredere mix van stijlen. Zij had sterke buitencontacten en sloeg in 1970 met haar Noord Nederlandse Dansgroep een semi‑professionele koers in. Hoewel haar aanpak verschilde van die van Gretel, droegen beide bij aan een geleidelijke professionalisering van dans in Noord-Nederland. Uit die lijn ontstonden later gezelschappen als Dansgezelschap Reflex en uiteindelijk internationale namen als Club Guy & Roni, die volgens Bijlholt dit jaar met een Gouden Zwaan werden bekroond.

Het boek van Bijlholt levert niet alleen biografieën; het geeft ook een venster op de veranderende Nederlandse danswereld: de moeizame aanvaarding van ballet en theaterdans, de invloed van internationale modernisten (zoals de tournees van Martha Graham die blotevoeten-dans introduceerden) en de groeiende financiële ondersteuning vanaf de jaren vijftig en tachtig. In 1984 kwam er structurele subsidie voor dans in Groningen, een keerpunt dat semi‑professionele producties mogelijk maakte en lokaal talent hielp professionaliseren.

Bijlholt raakte geprikkeld toen ze zag dat het oorspronkelijke pand van Gretels studio als opslag werd gebruikt; dat gevoel van verlies van herinnering motiveerde haar tot onderzoek. Ze interviewde eerste-generatiedansers en reconstrueerde hoe deze drie vrouwen — pedagogisch, artistiek en organisatorisch — de theatrale dans in de provincie op de kaart zetten. Het narekenen van persoonlijke omstandigheden (weduwschap, financiële nood, moederschap) toont ook hoe onconventioneel en moedig hun keuzes waren in een tijd dat dans door velen nog met argwaan werd bekeken.

Praktische gegevens: het boek verschijnt met veel oog voor lokale anekdotes en foto’s en wordt op zondagmiddag 14 december om 15.00 uur gepresenteerd in de Mennozaal van de Doopsgezinde kerk aan de Oude Boteringestraat 33 in Groningen.

Kortom: Bijlholts boek plaatst Friedel, Gretel en Lili als sleutelpersonen achter de emancipatie en institutionalisering van dans in Groningen — van huiskamerstudio tot professioneel gezelschap — en herstelt daarmee een vergeten hoofdstuk in de cultuurgeschiedenis van de stad.