Schrijfster Karin Amatmoekrim: 'Ik durf nu te zeggen dat ik vaak slimmer ben dan de mensen met wie ik te maken heb'

zaterdag, 9 mei 2026 (15:17) - Het Parool

In dit artikel:

Karin Amatmoekrim (49) — letterkundige, columniste en schrijfster — vertelt in een interview hoe migratie, identiteit en familie haar werk en leven vormen. Ze noemt zichzelf meestal “Surinaamse Nederlander”, maar noemt zich in haar nieuwe boek soms “Surinamer” om het onderscheid met autochtone Nederlanders te benadrukken: haar gevoel van identiteit schuift mee met context en tijd. Die flexibiliteit legt ze uit vanuit de Surinaamse realiteit: een land van veel etniciteiten waarin mensen moeiteloos van perspectief wisselen.

Haar jeugd begon in Suriname; op vierjarige leeftijd verhuisde ze met haar moeder naar IJmuiden, waar het opgroeien in een volkswijk haar vroeg leerde dat de multiculturele samenleving voortdurend wringt en werkt. De sprong naar het gymnasium was cultureel schokkend en voedde haar belangstelling voor sociale mobiliteit — thema’s die terugkomen in haar romans en essays. Haar moeder was volgens haar tegelijkertijd streng en liefdevol, een klassieke “Tiger Mom” die onderwijs als fundament stelde: “Nooit afhankelijk worden van een man, en: je diploma is je eerste man.” Die opvoeding wilde ze later minder dogmatisch overnemen, maar de nadruk op zelfredzaamheid bleef.

Persoonlijke voorbeelden gebruikt ze om bredere kwesties zichtbaar te maken: haar dochter voelde zich ooit uitgesloten door het ideaal van de witte Disneyprinses; en de discussie rond Zwarte Piet raakte haar al vroeg, maar politieke activisten zoals Jerry Afriyie en Quincy Gario lieten haar inzien dat protest noodzakelijk is om Nederland te verbeteren voor de volgende generaties. Zelf ging ze niet naar demonstraties, maar ze ziet haar schrijven als een vorm van liefdevolle kritiek: haar nieuwe boek is bedoeld als aanzet voor een ander soort debat, minder schreeuwerig en meer verbindend.

Amatmoekrim legt uit waarom ze tijdelijk stopte met haar NRC-column: het voortdurende politieke fixeren op migratie en het gevoel constant aangesproken te worden, maakte haar somber en uitgeput. Ze wil een groot boek over de geschiedenis van Suriname schrijven en vond dat de emotionele tol van het dagelijkse opiniemaken haar creativiteit ondermijnde. Ook werkt ze aan een persoonlijke verkenning van haar vader — Tenzij de vader — waarin ze moeilijke familiebanden openlegt; dat project noemt ze het zwaarste dat ze ooit schreef.

Haar eerdere werk omvat een biografie van Anil Ramdas, gebaseerd op haar proefschrift, waarmee ze een prijs won. Vanuit dat onderzoek stelt ze vragen over de positie van postkoloniale intellectuelen in het Westen. De ontwikkelingen rond Gaza en de wijze waarop het Westen internationaal recht negeert, leidden bij haar tot een diepe teleurstelling in westerse hypocrisie.

Toch ziet ze hoop in de jongere generatie. Haar boek droeg ze op aan haar kinderen en petekind; bij de presentatie namen diverse jonge Amsterdammers het eerste exemplaar in ontvangst — een bont gezelschap dat haar vertrouwen in samenleven voedt. Karin Amatmoekrim wordt zaterdag 16 mei geïnterviewd over Grenzend aan liefde in boekhandel Athenaeum Zuidoost.