Schrijfster Anna Enquist (80): 'Het voelt nog steeds lekker provocerend om te zeggen dat ik in de Bijlmer woon'
In dit artikel:
Robert Vuijsje spreekt met schrijfster Anna Enquist over haar leven en haar relatie tot een stad die sterk veranderde. Enquist werd in Amsterdam geboren maar verhuisde op haar vierde met haar gezin naar Delft, waar ze opgroeide in een academisch milieu met streng gezinsleven en sterke nadruk op schoolprestaties. Haar belangstelling voor muziek was groot, maar pas op haar twaalfde mocht ze pianoles volgen; uiteindelijk combineerde ze psychologie (Leiden) en een studie aan het conservatorium in Den Haag en werd later muziekdocent en psychoanalyticus voordat ze fulltime schrijver werd.
Ze keerde als volwassene terug naar Amsterdam: eerst woonde ze met haar man Bengt in de Wibautstraat, tijdens de langdurige metrowerkzaamheden, waar hun dochter Margit werd geboren. Later verhuisden zij naar de Bijlmer, een toen nog nieuwbouwwijk met hoge flats, randlagen met laagbouw en een beginnend park. Enquist schetst een beeld van een gemengde buurt waar Surinamers en Ghanezen zich vestigden, idealistische woongroepen probeerden en waar in hun hofje veel mensen decennialang bleven wonen — weinig verhuizingen, bewoners werden oud samen.
De keuze voor het pseudoniem Anna Enquist had deels praktische en persoonlijke oorzaken: een idee van anonimiteit binnen de psychoanalyse en de aantrekkingskracht van de Zweedse klank (en een link met Per Olov Enquist), maar de anonimiteit bleek illusoir toen haar foto toch in de krant stond. Als schrijver houdt ze haar locaties en personages vaak open en vaag, zodat de lezer er zelf beelden bij kan vormen.
Haar nieuwste roman Het einde van Erna Ankersmit draait om ouder worden: een schrijfster worstelt met aftakeling, verlies van autonomie en het stervensproces bij vrienden. Door een toevallige misser in de thuiszorg ontstaat een bijzondere vriendschap tussen oud en jong; het boek onderzoekt grensoverschrijdingen tussen generaties en geheimen, en bevat een pelgrimstocht langs overblijfselen van het Romeinse rijk als metafoor voor die grenzen.
Persoonlijke tragedies spelen mee in haar leven en werk: in 2001 werd dochter Margit dodelijk aangereden op de Dam — een ongeluk dat mede leidde tot de invoering van verplichte dodehoekspiegels op vrachtwagens. Enquist en haar man herdenken haar jaarlijks op de plek van het ongeluk. Nu, op tachtigjarige leeftijd, merkt ze fysieke verandering en ergernis over regels die mensen vroegtijdig van hun werk weghalen, maar ze sluit nieuwe literaire projecten niet uit wanneer het idee verschijnt. Tegelijk geniet ze ervan dat wonen in de Bijlmer nog steeds een beetje als provoserend wordt ervaren; de buurt bleef, zo merkt ze, verrassend stabiel in bewonerssamenstelling en cultuur.