Schriefster Janet Baron-Lopers oet Leeghaolerveen: 'Marga Kool is veur mij altied een inspiratiebron ewest'
In dit artikel:
„Vrosseln is het mooiste woord dat bestaat”, zegt schrijfster Janet Baron-Lopers (61) uit Leeghaolerveen – en die Drentse term voor ‘stoeien’ siert de titel van haar derde verhalenbundel Vrosseln mit de tied, die in december verscheen. Baron-Lopers groeide op in het gehucht Voele Riete bij Linde in een gezin met zes kinderen. Haar vroege belangstelling voor lezen en schrijven werd gestimuleerd door haar vader; later werkte ze vanaf 1985 als begeleider bij Van Boeijenoord en tegenwoordig voor de gemeente Tynaarlo. Ze gebruikt het Drents nog regelmatig, zowel thuis bij familie als bij sommige collega’s.
Haar literaire weg begon met enkele Drentstalige gedichten die in 1992 in Oeze Volk werden geplaatst. Na een schrijfcursus sloot ze zich in 2012 aan bij een schrijfgroep van het Huus van de Taol in Beilen, waar ze ook nu nog deel van uitmaakt. Schrijfster en taalkundige Marga Kool speelde een belangrijke rol als inspiratiebron en schreef het voorwoord bij een van haar bundels. Eerder publiceerde Baron-Lopers al Zaand in de leerzen (2015) en Zwiet in de handen (2018).
Vrosseln mit de tied verzamelt verhalen, deels ontstaan binnen de schrijfgroep, en draait thematisch om het zoeken naar tijd en ruimte in een druk leven: stoppen met het constante ‘drok-drok-drok’ en je overgeven aan spelen en rommelen met de tijd. Baron-Lopers wil met haar werk laten zien dat Drentse literatuur niet beperkt is tot stereotype onderwerpen als schaapjes en hunebedden; ze schrijft over uiteenlopende thema’s en benadrukt het plezier van fantasie en verbeelding.
De columnrubriek waarin dit gesprek voorkomt — Hier kom ik weg, een samenwerking met het Huus van de Taol — belicht lokale Drentse varianten van taalgebruik; andere schrijvers in de serie gebruiken weer hun eigen streekdialecten. Baron-Lopers’ werk levert daarmee een eigentijdse bijdrage aan het levend houden van het Drents en aan de regionale letteren.