Scholieren over jong zijn in Amsterdam: 'Ondanks de drukte, de fietsterreur en de torenhoge prijzen is er geen plek waar ik liever had willen puberen'
In dit artikel:
De eerste lichting van het Jong Parool Panel neemt afscheid nu het schooljaar bijna voorbij is. De deelnemers — scholieren tussen ongeveer 15 en 18 jaar uit verschillende delen van Amsterdam (en enkele uit Almere) — leverden een laatste serie columns over hoe het is jong te zijn en naar school te gaan in en rond de stad. Samen vormen hun korte portretten een veelstemmig beeld: Amsterdam bruist en biedt kansen, maar stelt jonge bewoners ook voor praktische en sociale problemen.
Meerdere bijdragen benadrukken de paradox van digitale verbondenheid: altijd online zijn betekent niet automatisch echte contacten. Likes en reacties vullen geen persoonlijke gesprekken aan, waardoor jongeren zich soms eenzaam voelen ondanks een volle telefoon en een druk stadsleven (Romee, 16, Zuid). Tegelijkertijd wordt de stad geprezen om haar mengelmoes van mensen en activiteiten: buurthuizen, festivals en parken brengen verschillende groepen samen en geven een gevoel van thuishoren (Ouiam, 18, Nieuw-West).
Op school lopen de meningen uiteen. Eén leerling klaagt over houterig en demotiverend taalonderwijs dat zich te veel richt op analysetechnieken in plaats van op praktisch schrijven en leesplezier; als gevolg neemt de leesbereidheid af en groeit de neiging huiswerk door AI te laten doen (Arif, 16, West). Een andere bijdrage blikt nostalgisch terug: cijfers zijn vergeten, maar ervaringen en opgedane gewoonten vormen nog steeds de basis van wie je bent geworden (Azhar, 16, Nieuw-West).
Praktische hinder door stadsontwikkelingen komt ook aan bod. Dagelijkse treinen naar school en de grootschalige verbouwing van station Amsterdam Zuid leiden tot omleidingen, vertragingen en gemiste aansluitingen — vervelend voor scholieren die juist in deze bouwperiode op school zitten (Lieve, 15, Almere). Verder voelen jongeren de druk van de woonmarkt en het fietsverkeer: de vrijheid van de stad gaat hand in hand met hectiek, opstoppingen en zorgen over betaalbaar wonen (Mariam, 17, Zuidoost).
Kleine culturele observaties laten zien hoe trends razendsnel door de stad gaan. Sommige hypes — voorbeelden als de Labubu- en matcha-trend — lijken zich vanzelf te verspreiden, waardoor jongeren constant worden geconfronteerd met nieuwe modes, ook als ze er niet actief aan meedoen (Mikkie, 15, Oost). Ten slotte contrasteert een leerling uit Almere het bruisende maar soms onveilige en onpersoonlijke Amsterdam met het dorpsachtige, vriendelijke gevoel thuis — Amsterdam biedt veel, maar mist soms de verbondenheid die dorpelingen gewoontlijk hebben (Roos, 16, Almere).
Gezamenlijk schetsen de columns een stad die enerzijds inspirerend, divers en vrij is, en anderzijds competitief, snel veranderend en soms ontoegankelijk. De bijdragen reflecteren persoonlijke ergernissen en kleine vreugden van het dagelijks scholierenleven in de metropool, en markeren het afscheid van deze eerste jongerenpanel‑ronde.
De Oranjezomer: Jan Slagter heeft opvallende bijnaam voor Victor Vlam: 'Zo noemen we hem thuis'