'Schokkende mailwisseling' tussen Jeffrey Epstein en de president en CEO van het World Economic Forum
In dit artikel:
Børge Brende, voorzitter van het World Economic Forum (WEF) en voormalig Noors minister van Buitenlandse Zaken, ligt onder vuur omdat hij heeft toegegeven Jeffrey Epstein—een veroordeelde zedendelinquent—meermalen in een zakelijke context te hebben ontmoet en via e-mail en sms te hebben gecontacteerd. De informele toon van sommige berichten, waarin Epstein door Brende op een vriendelijke manier werd aangesproken, leidde tot felle kritiek. Het WEF heeft een intern onderzoek aangekondigd naar de aard en omvang van het contact.
In november had Brende nog publiekelijk ontkend ooit contact met Epstein te hebben gehad; die verklaring blijkt daarmee weerlegd. Een e-mailwisseling uit september 2018 toont dat Epstein het idee opperde dat het WEF de Verenigde Naties zou kunnen vervangen als onderdeel van een nieuwe “mondiale architectuur”. Brende reageerde positief op het idee dat er behoefte was aan zo’n herstructurering en noemde het publiek-private karakter van het WEF daarbij een voordeel. Epstein stelde verder voor het model van de Trilaterale Commissie te moderniseren en Davos om te vormen tot een permanente plaats voor wereldbeleid in plaats van enkel een jaarlijkse bijeenkomst.
Minder dan een jaar later, in juni 2019, kondigden de VN en het WEF een strategisch partnerschap aan om samen te werken aan Agenda 2030; een maand daarna werd Epstein gearresteerd. De uitgelekte correspondentie geeft zeldzaam zicht op achter-de-schermen-discussies over macht en governance.
Politici reageren scherp: parlementslid Mímir Kristjánsson spreekt van een verontrustend plan om de VN te vervangen door een besloten club van rijken, en Tweede Kamerlid Gideon van Meijeren noemt de e-mails “schokkend”, omdat ze zouden aantonen dat macht van democratische instituties naar besloten elite-netwerken kan verschuiven. Opmerkelijk is dat Van Meijeren zelf strafrechtelijk wordt vervolgd vanwege het aan de orde stellen van het WEF-verhaal.
De zaak roept vragen op over transparantie, invloed van rijke actoren op mondiale instellingen en de grenzen tussen publiek-private samenwerking en democratisch mandaat.