Schokkend CPB-rapport: 2 miljard belastinggeld door het putje, leerlingen nog steeds laaggeletterd
In dit artikel:
Sinds 2022 heeft het demissionaire kabinet ruim 2 miljard euro apartgezet om lees- en rekenvaardigheden van Nederlandse leerlingen te verbeteren. Het geld, uitgekeerd als subsidies aan scholen (ongeveer €615–€1.130 extra per leerling), moest een antwoord zijn op jarenlange dalingen in internationale leerprestaties en de achterstand die tijdens corona ontstond. Volgens een recente evaluatie van het Centraal Planbureau (CPB) heeft die investering tot op heden echter geen aantoonbaar effect gehad op leerresultaten.
Het CPB spreekt van afwezigheid van “systematische effecten”: op de doorstroomtoets (voorheen Cito) en andere toetsen is in de twee jaren na de subsidie geen verbetering zichtbaar. Ook in het voortgezet onderwijs zijn er geen meetbare stijgingen in wiskunde en Nederlands en daalt het aantal doubleren niet vergeleken met niet-gefinancierde scholen. De beoogde tussendoelen voor 2024 zijn niet gehaald, en het idee dat achterstanden voor 2028 zijn weggewerkt wordt door het rapport als onrealistisch bestempeld. Tegelijkertijd loopt ongeveer een derde van de 15‑jarigen risico op laaggeletterdheid.
Politiek en sector reageren verschillend. Staatssecretaris Koen Becking (VVD) noemt de uitkomst “uiteraard teleurstellend” maar benadrukt dat “een structurele verandering tijd nodig heeft.” De PO‑raad en VO‑raad pleiten juist voor blijvende, structurele financiering zodat scholen continuïteit hebben. Scholen zelf melden soms dat ze vooruitgang zien, maar het CPB kan die beleving niet terugvinden in de cijfers.
De evaluatie roept ook vragen op over aanpak en haalbaarheid: extra geld per leerling lijkt onvoldoende zolang het lerarentekort groot blijft. Critici wijzen erop dat inzet op coachen en tijdelijke programma’s symptoombestrijding kan zijn wanneer er niet tegelijkertijd structureel in personeel en onderwijskwaliteit wordt geïnvesteerd. De discussie verschuift zo van het bedrag naar de effectiviteit van bestedingen en naar de vraag welke aanvullende maatregelen nodig zijn om echte leerwinst te boeken.