SCHOFTERIG: Kabinet-Jetten breekt pensioenakkoord open en laat je werken tot het graf: AOW-leeftijd EXPLODEERT
In dit artikel:
Het kabinet (D66, VVD, CDA) wil vanaf 2033 de AOW-leeftijd één-op-één koppelen aan de levensverwachting, meldt onder meer De Telegraaf. Dat vervangt het pensioenakkoord van 2019, waarin was afgesproken dat een extra jaar levensverwachting zou leiden tot ongeveer acht maanden langer doorwerken. Met de nieuwe koppeling zou ieder jaar langere levensverwachting voortaan een jaar langer werken betekenen.
Wie raakt het? Mensen geboren in 1965 of later lopen het eerst tegen de wijziging aan; voor hen kan de pensioendatum steeds verder opschuiven. Het kabinet motiveert de maatregel met demografische druk: de bevolking wordt ouder en de overheidsfinanciën komen onder spanning te staan. Critici zien vooral een bezuinigingsmaatregel die de rekening legt bij werknemers.
Belangrijke consequenties en kritiek:
- Zwaardere beroepen en mensen met lage inkomens worden naar verwachting het hardst getroffen. Zij hebben minder buffer in eigen pensioenopbouw en gemiddeld een kortere levensverwachting, waardoor ze mogelijk minder van hun AOW-voorziening profiteren.
- Vakbond FNV en deskundigen als hoogleraar Gijsbert Vonk veroordelen het openen van de eerder gemaakte afspraken en wijzen op een onevenredige herverdeling van arm naar rijk.
- Ook regelingen voor vervroegde uittreding en regelingen voor zware beroepen (zoals RVU-afspraken) komen onder druk te staan; het kabinet schuift voor sommige keuzes verantwoordelijkheden door naar sociale partners.
- Deskundigen merken op dat een daling van de levensverwachting (waardoor de AOW-leeftijd zou kunnen dalen) uitzonderlijk zou zijn en dat structurele verlaging weinig realistisch is.
Context en nuance: het koppelen van pensioengerechtigde leeftijd aan levensverwachting komt internationaal voor als mechanisme om stelselhoudbaar te houden, maar de sociale effecten verschillen sterk per beroepsgroep en inkomensniveau. In Nederland leidt het voorstel tot felle politieke en maatschappelijke verontwaardiging, vooral vanuit vakbonden en politici die wijzen op solidariteit tussen generaties en beroepsgroepen.