Scheepskok Bikram Ghosh zat op een getroffen tanker in de Straat van Hormuz: 'Er brak totale paniek uit'

maandag, 13 april 2026 (14:26) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Het is vroeg op 1 maart als de 22‑jarige scheepskok Bikram Ghosh wakker wordt van een harde klap aan boord van de Skylight, een tanker die sinds 21 februari voor anker lag op ongeveer vijf zeemijl van Khasab in de Straat van Hormuz. Uit de brug stijgen dikke rookpluimen en vervolgens vlammen op; bemanningsleden vermoeden dat het schip door een Iraanse raket is geraakt. Ghosh en de negentien andere opvarenden – Indiërs en Iraniërs – vluchten naar veiliger delen van het schip en worden uiteindelijk door een Omani-scheepje van boord gehaald. Kapitein Ashish Kumar kwam om het leven; een ander bemanningslid wordt nog officieel vermist en is hoogst waarschijnlijk ook gedood. De toestand van het schip is onduidelijk. De Skylight blijkt geregistreerd te staan in Palau en volgens Reuters op een Amerikaanse sanctielijst te staan wegens vermeende smokkel van Iraanse olie.

Het incident is geen enkel geval: tienduizenden Indiase zeelieden werken op tankers en andere schepen in de Perzische Golf en velen zitten sinds het uitbreken van gevechten vast op hun vaartuigen. Sinds de oorlog tussen de VS/Israel en Iran escaleerde, is het gebied vanaf 28 februari het toneel van raket‑ en droneaanvallen geweest; meerdere schepen raakten beschadigd, er vielen dodelijke slachtoffers (voor zover bekend drie Indiërs overleden, één vermist) en verschillende opvarenden raakten gewond door branden of explosies. Door een Iraanse blokkade van de Straat van Hormuz kunnen veel schepen de Golf niet verlaten, waardoor bemanningen wekenlang opgesloten zitten met beperkte voorraden water, voedsel, medicijnen en vaak slechte internetverbinding.

Vakbondsleider Manoj Yadav van de Forward Seamen’s Union of India luidt de noodklok: de euforie over het staakt‑het‑vuren deelt hij niet omdat de meeste Indiase zeelieden nog altijd vastzitten onder schrijnende omstandigheden. Yadav klaagt over gebrek aan coördinatie tussen overheden en ambassades, trage of ontbrekende uitgifte van documenten, en rederijen die bij calamiteiten nauwelijks reageren. Zijn bond organiseert zelf evacuaties over land en lucht — soms ritten van bijna tweeduizend kilometer naar Azerbeidzjan of Saoedi‑Arabië — en betaalt die acties grotendeels uit eigen middelen. De BBC reconstrueerde op basis van scheepsdata dat sinds het bestand tot een gegeven moment slechts negentien schepen het gebied konden verlaten; The New York Times meldde dat Iran problemen heeft met het opsporen van alle zeemijnen in de zeestraat.

De situatie legt ook bestaande, structurele problemen bloot: abandonment — het achterlaten van schepen en bemanning door reders — was al vóór de oorlog een probleem en dreigt nu te verergeren. Journalisten beschreven gevallen van bemanningsleden die zo weinig water kregen dat ze condenswater van airconditioning opvingen. De economische druk versterkt dit: hoge werkloosheid onder Indiase jongeren drijft velen naar de scheepvaart, waar ze ondanks risico’s acceptabele lonen kunnen verdienen. Critici van hun werkgevers riskeren een zwarte lijst en verlies van toekomstige werkkansen.

Ghosh zelf is na de redding teruggekeerd naar zijn dorp in West‑Bengalen; hij kreeg kort na de gebeurtenis een noodpaspoort van de Indiase ambassade in Oman en vloog terug naar Mumbai. Ondanks de traumatische ervaring overweegt hij na enige rust weer te gaan varen — hij verdiende op de Skylight ongeveer 50.000–60.000 roepies per maand (circa €450–550), een bedrag dat veel jongeren thuis hard nodig hebben. De zaak van de Skylight en soortgelijke incidenten illustreert zowel de acute gevaren van conflict op zee als de blijvende kwetsbaarheid van de duizenden commercieel ingehuurde bemanningen in de Perzische Golf.