Scarlett Johansson regiedebuut 'Eleanor the Great' is ontroerend, invoelbaar en volkomen ongepast
In dit artikel:
Sinds de release van het fictiedebuut Eleanor the Great in Amerikaanse bioscopen krijgt scenarioschrijfster Tory Kamen steeds dezelfde vraag: is de 94‑jarige hoofdpersoon echt op haar grootmoeder gebaseerd? Kamen bevestigt dat, maar stelt dat haar echte grootmoeder niet zou hebben gelogen. De film — het regiedebuut van Scarlett Johansson — draait om Eleanor Morgenstein, een oudere vrouw die zich voordoet als Holocaust-overlevende en dit per ongeluk onthult in een supportgroep in New York, kort na het overlijden van haar levensgezellin Bessie.
June Squibb speelt Eleanor en brengt de rouw en verwarring geloofwaardig en ontroerend over. De film legt uit waarom Eleanor liegt: het verlies van Bessie, met wie ze decennialang als nauwste vertrouweling samenleefde (in twee eenpersoonsbedden met een nachtkastje ertussen), en de wens om een door Bessie toevertrouwd verhaal te delen. Die reden wekt begrip, maar maakt de daad niet minder problematisch. Thema’s als waarheid en identiteit, de fragiele grens tussen empathie en schending van historische trauma’s, en de onzichtbaarheid van oudere lesbische intimiteit—ook binnen orthodox‑joodse kaders—staan centraal.
Zelfs een rabbijn die met Eleanor praat over leugens en de waarde van de waarheid (aan de hand van het bijbelse Jakob‑Esau‑motief) kan de morele en plotmatige knoop van de film niet volledig ontwarren. Eleanor the Great balanceert tussen mededogen en ongemak en blijft daarmee zowel aangrijpend als controversieel.