Sawa's in Stolwijk? Hoe rijst en vis melkkoeien kunnen vervangen

dinsdag, 10 maart 2026 (22:38) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Onderzoekers van Wageningen University & Research (WUR) stellen dat het grondwaterpeil in delen van het Nederlandse veenweidegebied omhoog moet om bodemdaling, verzilting en grote CO2-uitstoot te keren. Het gaat om plekken in het Groene Hart, het Friese merengebied en de kop van Overijssel; samen ongeveer 270.000 hectare. Promovendus Hugo Bosland, projectleider Tom Schut en Aart van der Linden wijzen erop dat huidige praktijken — deels droogmalen en bemalen zodat zware machines en koeien daar kunnen blijven — de afbraak van veen en het wegzakken van de bodem blijven versnellen (globaal enkele millimeters tot centimeters per jaar). Droge zomers hebben dat proces verder verergerd.

Een hogere grondwaterstand vermindert of stopt de CO2-uitstoot uit veen omdat het afbraakproces onder natte, zuurstofarme omstandigheden afneemt. Dat kan wel leiden tot iets meer methaan, maar netto levert hernatting volgens de onderzoekers een significante winst in broeikasgasreductie. Europa-breed is veenafbraak verantwoordelijk voor ongeveer een kwart van de landbouwgerelateerde CO2-emissies, aldus Bosland — het probleem speelt ook in Noord-Duitsland en Denemarken.

Economisch heeft vernatting directe gevolgen voor melkveehouders: koeien kunnen later het land op, het groeiseizoen voor ruwvoer wordt korter en zware machines zijn minder inzetbaar. Daarom zijn alternatieve inkomsten cruciaal. Kleinschalige proeven met veenmos, veenbessen, lisdodde en riet bleken echter vaak lastig rendabel en zonder duidelijke afzetmarkt moeilijk opschaalbaar.

WUR kiest de komende vier jaar voor intensief onderzoek naar natte rijstteelt als potentiële alternatief. Rijst groeit goed op veengronden, bleek uit een kleine proef sinds 2023 in Oud Ade in samenwerking met Universiteit Leiden en ervaring van de Zwitserse rijstboer Léandre Guillod. Nederlandse rijst kan bijdragen aan lokale voedselvoorziening en past in een circulair systeem; de onderzoekers zien het niet als massaproductie maar als een kleinschalige, hoogwaardige teelt die landschappelijke en ecologische winsten oplevert. Consumenten zouden bereid kunnen zijn een meerprijs te betalen, vergelijkbaar met lokale nicheproducten.

Daarnaast kan rijstteelt watermanagement ondersteunen: sawa’s kunnen water bufferen bij extreme neerslag en zo in droge periodes waterreserves vormen — een functie die steeds belangrijker wordt nu waterschappen vaker zoet water pompen uit het IJsselmeer om verdroging te voorkomen. De WUR-groep onderzoekt ook gecombineerde systemen: rijstvelden met kweek van Afrikaanse meerval om plaaginsecten en muglarven te verminderen en tegelijkertijd organische bemesting en een extra verkoopbaar product te leveren. Van der Linden verwacht dat de vis in een seizoen van zo’n 350 gram naar ongeveer 850 gram groeit; gerookt kan die aantrekkelijk zijn voor lokale horeca. Volgens de onderzoekers zijn ecologische risico’s beheersbaar omdat de vis in koude winters niet overleeft en bij lagere watertemperaturen kwetsbaar wordt voor predatie.

Praktische pilots zoals in de Bethunepolder (bij Tienhoven) worden genoemd als kansrijke plekken waar rijst gecombineerd kan worden met natte graslanden voor weidevogels en met vergoedingen voor natuurbeheer. WUR wil eerst boeren in het Groene Hart betrekken en verwacht dat het toekomstige landschap een mix wordt van extensieve melkveehouderij, gerichte rijstpercelen, natuur en recreatie — geen vervanging van alle 270.000 hectare door rijst, maar een geïntegreerd, maatwerkalternatief om bodemdaling te stoppen en inkomen te behouden.