Sara: Ik heb altijd het gevoel gehad dat mijn ouders me liever kwijt dan rijk waren
In dit artikel:
„Ik heb altijd het gevoel gehad dat mijn ouders me liever kwijt dan rijk waren,” zegt Sara, een vrouw die opgroeide in een gezin waar emotionele aandacht vrijwel afwezig was. Haar herinneringen zijn gevuld met kleine, alledaagse signalen van afwijzing: geen knuffels of voorlezen, verplicht zwijgen aan de keukentafel, en het idee dat ze nooit iets goed kon doen. Door het grote leeftijdsverschil met haar broers en zussen verbleef ze vaak alleen thuis, vriendschappen aan huis waren ongewenst en spontane gezinsactiviteiten kwamen niet voor. Haar vader presenteerde zich buiten als vriendelijk, maar thuis konden woorden snel in sarcasme en geschreeuw veranderen; haar moeder zou zich, volgens therapeuten, mogelijk nooit goed aan haar hebben kunnen hechten na eerdere zwangerschapsverlies in het gezin.
De emotionele nalatigheid liet diepe sporen: Sara leerde haar gevoelens wegdrukken en werd als volwassene door artsen en hulpverleners geconfronteerd met een ‘vlam’ van emotionele vlakheid en depressieve klachten. Pas tijdens een zorgopleiding en via warmere ervaringen bij een vriendin realiseerde ze zich dat haar thuissituatie niet normaal was. Therapie bracht deels inzicht, maar gezamenlijke sessies met haar ouders liepen vast; haar vader kon niet herhalen wat ze zei en bleef bij zijn eigen verhaal. Inmiddels woont Sara bijna een jaar op zichzelf, beperkt het contact met haar ouders tot praktische zaken en worstelt nog steeds met gevoelens van leegte en onvervulde verlangens: simpele gezinsmomenten roepen nog regelmatig verdriet op.
Sara’s verhaal staat niet op zichzelf. De meldingen en adviezen rond emotionele verwaarlozing stijgen flink in Nederland. Uit recente CBS-cijfers en rapportages van Veilig Thuis blijkt dat het aantal keren dat advies werd gegeven over emotionele verwaarlozing sinds 2019 ongeveer is verdubbeld — van ruim 20.000 naar meer dan 40.000. Het aantal meldingen lag zeven jaar geleden rond de 22.000 en bedroeg vorig jaar ruim 31.500. Experts waarschuwen dat dit slechts het topje van de ijsberg is: veel gevallen blijven onopgemerkt of ongerapporteerd.
Lenneke Alink, hoogleraar forensische gezinspedagogiek, benadrukt dat emotionele verwaarlozing vaak onzichtbaar blijft omdat mensen bij mishandeling eerst aan fysieke of seksuele aantasting denken. Onder emotionele verwaarlozing valt structureel gebrek aan warmte, aandacht en emotionele veiligheid — het gaat om patroonmatig nalaten, niet om incidenteel afwezig zijn. Alink maakt ook het onderscheid met emotionele mishandeling: verwaarlozing is vooral het ontbreken van genegenheid; mishandeling is actief schade toebrengen, bijvoorbeeld door schelden of denigrerende opmerkingen. Of iets in het grijze gebied valt, hangt af van de ernst en de context: het draait om het risico op of het ontstaan van ernstige schade aan het basisgevoel van veiligheid van het kind.
De oorzaken zijn vaak complex en niet altijd moedwillig: veel ouders handelen uit onmacht, soms voortkomend uit eigen jeugdtrauma’s, of worden belemmerd door armoede, stress of een scheiding. Dat verhoogt de kans dat negatieve opvoedpatronen doorgegeven worden, hoewel veel ouders de cirkel ook doorbreken. Signalen voor professionals zijn onder meer angstige, neerslachtige of prikkelbare kinderen; een eenvoudige vraag aan ouders of het thuis goed gaat kan soms het gesprek openen zonder direct te etiketteren.
Sara’s ervaring illustreert de lange nasleep van emotionele verwaarlozing: de schade is niet altijd zichtbaar maar kan levenslang invloed hebben op het vermogen om te voelen, te hechten en vertrouwen te hebben. Meer erkenning, vroegtijdige herkenning door professionals en toegankelijke steun voor gezinnen kunnen helpen om die patronen te doorbreken. De naam Sara is gefingeerd; haar echte naam is bij de hoofdredactie bekend.