Sandrine Verstraete wint Herman de Coninckprijs voor poëzie met 'Kamers': "Ik hou van taal als materie"
In dit artikel:
De Gentse dichteres Sandrine Verstraete heeft de Herman de Coninckprijs gewonnen, de belangrijkste Vlaamse poëzieprijs, voor haar tweede bundel Kamers. Haar debuut verscheen twaalf jaar geleden; Kamers bevestigt nu haar terugkeer. De jury prees de bundel als een zoektocht naar nieuwe taal, vormen en lichamen die omgaan met een verbrokkelde identiteit.
De bundel, omsloten door een roodbruine kaft die Verstraete aan baksteen of orgaanvlees doet denken, speelt met dubbele betekenissen: kamers als woonruimtes én als hartkamers. Lichamelijkheid en architectuur keren voortdurend terug in de gedichten, net als een taalspel waarin veel zelfverzonnen woorden opduiken. Verstraete noemt het werken met neologismen en klank als een manier om taal als materie te bevragen en te vernieuwen.
Tussen haar eerste en tweede boek werkte Verstraete een tijd als advocate; die ervaring leerde haar dat "taal niet neutraal" is en maatschappijen en levens mee vormt. Poëzie werd voor haar de manier om die macht en de kwetsbaarheid van taal bloot te leggen: zowel koesteren als ermee worstelen. Voor Kamers koos ze bewust pen en papier en vulde vijf notitieboekjes met fragmenten, zinnen en scènes die ze later als kralen aaneenreeg tot een coherent geheel.
Verstraete (°1986) besprak het werk op Klara en is inmiddels alweer aan het sprokkelen voor een volgende bundel. Kamers laat zien hoe moderne poëzie kan ingrijpen op de vormen en grenzen van taal en identiteit.