Salaris nog steeds een taboe, maar als dit plan doorgaat weten je collega's straks wat je verdient 

maandag, 18 mei 2026 (05:37) - De Telegraaf

In dit artikel:

De EU heeft nieuwe regels voor loontransparantie ingevoerd die ook in Nederland effect zullen hebben: werkgevers moeten inzicht geven in hoe salarissen tot stand komen en openheid bieden over beloningsranges bij vacatures en bij verzoek van werknemers. Doel is de loonkloof tussen mannen en vrouwen te verkleinen en ongerechtvaardigde verschillen zichtbaar en aan te pakken.

Voor wie: werknemers, sollicitanten, werkgevers, HR-afdelingen, vakbonden en ondernemingsraden in Nederland. Wat verandert praktisch: vacatures zullen vaker een salarisindicatie bevatten; werknemers krijgen (onder voorwaarden) recht om informatie te vragen over wat collega’s verdienen of hoe beloningen zijn opgebouwd; grotere werkgevers krijgen mogelijk extra verplichtingen voor rapportage en loonanalyses. De precieze reikwijdte en handhavingsmechanismen moeten nog in Nederlandse wetgeving worden uitgewerkt nadat de EU-richtlijn is omgezet.

Debatten rond de maatregel richten zich op twee kanten. Voordelen zijn grotere transparantie bij salarisonderhandelingen, vermindering van systematische ongelijkheden en concretere handvatten om discriminatie aan te pakken. Tegenwerpingen betreffen privacy van individuele werknemers, mogelijke jaloezie en spanningen binnen teams, administratieve lasten voor werkgevers en het risico dat bedrijven creatieve manieren zoeken om informatie te omzeilen.

Wat kun je als werknemer of werkzoekende doen: let vanaf nu op salarisindicaties in vacatures, vraag bij sollicitaties om een salarisrange en informeer bij je vakbond of ondernemingsraad naar je rechten zodra nationale regels beschikbaar zijn. Werkgevers doen er goed aan nu al hun beloningsbeleid en -registratie kritisch te bekijken om klaar te zijn voor de komende regelgeving en om ongelijke beloningen proactief aan te pakken.

Kortom: de EU-regel bevordert zichtbaarheid van lonen en biedt middelen om ongelijkheden te bestrijden, maar roept tegelijk praktische en sociale vragen op die bij de invoering in Nederland uitgekristalliseerd moeten worden.