Sadak M. (19) krijgt weer jeugddetentie voor het schieten op een huis, nu in Amsterdam-Oost
In dit artikel:
De Amsterdamse rechtbank heeft de 19‑jarige Sadak M. veroordeeld tot zeven maanden jeugddetentie, waarvan drie maanden voorwaardelijk, voor het schieten op een woning in de Torricellistraat (Amsterdam‑Oost) en voor vuurwapenbezit. De gebeurtenis vond plaats in de nacht van 1 op 2 februari rond 01:00 uur en werd scherp vastgelegd door een door de politie geplaatste camera; op de beelden is te zien hoe Sadak, die toen nog amper volwassen en zwakbegaafd is, een vuurwapen uit zijn linkerjas haalt, eraan prutst en met links een keer op de voordeur schiet terwijl hij zichzelf filmt met zijn telefoon in de rechterhand. Sadak heeft bekend de schutter te zijn geweest.
Het huis was eerder al meerdere keren doelwit geweest van aanslagen; burgemeester Femke Halsema had de woning eerder drie maanden gesloten. De rechtbank legt Sadak zwaar dat hij voor de tweede keer een woning heeft beschoten en daarmee de bewoners zwaar heeft bedreigd. Hij liep nog op proef na een eerdere veroordeling voor het beschieten van een huis in Alphen aan den Rijn — die actie hing samen met een geweldsgolf nadat 1400 kilo cocaïne was verdwenen — en moet nog 75 dagen van die oude straf uitzitten.
Volgens de rechtbank was Sadak eenvoudig geronseld en handelde hij achteloos en amateuristisch; zijn verklaring dat hij onder druk stond verlicht het delict niet. Rechters constateren dat hij zich sinds zijn zestiende steeds crimineeler gedraagt, niet naar school gaat en niet naar zijn ouders luistert. Om te proberen hem uit die omgeving te halen, krijgt hij tijdens zijn proeftijd verplichte, intensieve begeleiding in een opvanghuis voor begeleid wonen; verder moet hij zijn schulden aflossen en een dagbesteding zoeken.
De bewoonster van het beschoten huis krijgt 3.000 euro schadevergoeding; zij vertelde dat de aanslagen haar zodanig traumatiseren dat ze de woning wil verkopen en dat ze een posttraumatische stressstoornis heeft. De rechtbank sprak Sadak vrij van poging tot doodslag of zware mishandeling omdat de bewoners niet achter de voordeur aanwezig waren. Het Openbaar Ministerie had eveneens vrijspraak voorgesteld op die punten, maar eiste in zijn strafvordering veertien maanden jeugddetentie (waarvan zeven voorwaardelijk).
De zaak illustreert het risico van jonge, gemakkelijk te ronselen daders bij criminele afrekeningen en de maatschappelijke impact van dergelijke schietincidenten op slachtoffers en buurtveiligheid.