Sabine (74) uit Leeuwarden werd gevolgd door de Stasi: doet big tech nu precies hetzelfde bij ons allemaal?

zaterdag, 29 november 2025 (07:13) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Sabine Hardus (74) stond in de jaren zeventig intens onder observatie van de Stasi; over haar werd een dossier van ongeveer duizend pagina’s opgebouwd. Haar zoon Bob Hardus (42), journalist en auteur, gebruikte die documenten als vertrekpunt voor zijn boek De prijs voor privacy, waarin hij de methoden van de Oost-Duitse geheime dienst vergelijkt met hedendaagse surveillance door big tech.

Het Stasi-dossier bevatte alles van schoolrapporten en een nauwkeurige inventaris van haar Berlijnse appartement tot persoonlijke brieven die door agenten werden opengeweekt en vertaald. Sabine, opgegroeid nabij de Tsjecho-Slowaakse grens en ooit Pionierleiterin en later journalist, leek aanvankelijk een modelburger, maar werd door de dienst gezien als mogelijk onderdeel van een contrarevolutionair netwerk. Vanaf 1976 volgde de Stasi haar systematisch: informanten (inoffizielle Mitarbeiter) werden ingezet om haar vertrouwen te winnen, haar sociale kring te observeren en plannen te maken om microfoons in haar woning te plaatsen. Vier jaar surveillance eindigde toen ze trouwde en naar Nederland verhuisde; veel originelen van het dossier liggen nu in Berlijnse archieven — rond de val van de muur ging een groot deel door de versnipperaar.

In Nederland bouwde Sabine een nieuw leven op als filosofiedocente aan scholengemeenschap Piter Jelles in Leeuwarden, waar ze decennialang lesgaf en openbare filosofiecafés organiseerde. Ze heeft leerlingen regelmatig het dossier laten zien; haar ervaring met ondergrondse controle is openlijk onderdeel van haar lespraktijk geworden. Zowel moeder als zoon kennen de film Das Leben der Anderen als treffende nabootsing van die realiteit.

Bob koppelt het Stasi-verleden van zijn moeder expliciet aan moderne dataverzameling: waar de Stasi mensen seurvreed voor politieke stabiliteit, jagen techreuzen als Google, Meta, Amazon en Microsoft op data voor commerciële winst. De vergelijking draait niet zozeer om identieke doelen maar om overeenkomstige middelen: uitgebreide profilering en beïnvloeding. Terwijl de Stasi tienduizenden medewerkers nodig had om een relatief beperkte groep intensief te volgen, beschikken techbedrijven met veel minder middelen over systemen die miljarden gebruikers kunnen analyseren — en een groot deel van die informatie geven mensen vrijwillig prijs. Bob wijst ook op ‘dark data’: informatie die bedrijven zelf niet delen maar commercieel waardvol is. Hij noemt dit de basis voor ingrijpende macht en economische concentratie, waarbij privépersonen of bedrijven als Elon Musk uitzonderlijke invloed verwerven.

Het boek reflecteert op risico’s van AI-gedreven content, verlies van digitale autonomie en de manier waarop algoritmen kleine beslissingen sturen die leiden tot consumptie of politieke beïnvloeding. Beide auteurs benadrukken dat bewustwording en opvoeding cruciaal zijn: wie digitale patronen en belangen leert herkennen, heeft meer wapeningskansen. Bob vergelijkt de fase van privacybewustzijn met het vroegere klimaatdebat: je ziet dat het probleem bestaat, maar voelt de gevolgen nog niet breed genoeg om massale verandering af te dwingen. Sabine voegt eraan toe dat je technologische afhankelijkheid deels vrijwillig is — en dat daarin ook een kans schuilt: als mensen massaal andere keuzes maken, kan de greep van grote platforms worden verkleind.

Feiten en praktische informatie: De prijs voor privacy (Just Publishers, 256 blz., €22,99) verschijnt dit najaar; op 22 januari geeft Bob een lezing bij boekhandel Riemer in Groningen. Sabine woont met haar man Hans in Leeuwarden; Bob woont met vrouw en dochter in Berlijn.