Saad (19) vanuit Ceuta terug naar Marokko: „Op straat leven voor 48 dagen is lang"

dinsdag, 22 september 2026 (21:07) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Anderhalve maand na de massale aankomst van migranten in Ceuta leven nog altijd naar schatting 10.000 tot 15.000 mensen in de Spaanse enclave. Op 30 en 31 juli bereikten ongeveer 80.000 migranten Ceuta, nadat de Marokkaanse grensbewaking zich tijdelijk had teruggetrokken. De meesten keerden binnen 48 uur terug, maar duizenden bleven achter.

De opvang schiet ernstig tekort. Er waren aanvankelijk slechts 4300 plaatsen beschikbaar, waardoor veel migranten noodgedwongen op straat, in bossen of op stranden verblijven. Op Playa del Trampolín hebben zij hutten gebouwd van afvalhout, plastic en karton. Er zijn inmiddels douches en toiletten, maar die zijn onvoldoende en vaak smerig. Spanningen en vechtpartijen komen geregeld voor; ook de kou en het gebrek aan medische zorg maken de omstandigheden zwaar.

Migranten en hulporganisaties melden bovendien mishandeling door Marokkaanse en Spaanse militairen. Er zijn tientallen aangiften en ongeveer honderd klachten geregistreerd. Volgens bewoners worden mensen soms zonder formeel uitzettingsbevel opgepakt en over de grens gezet. Hulpverleners zeggen dat ambulances vaak niet komen opdagen. Het Openbaar Ministerie onderzoekt ook klachten over mishandeling in opvangcentra. Een zeventienjarige jongen met diabetes overleed in een centrum, wat de discussie over de gezondheidszorg verder aanwakkerde.

De crisis heeft geleid tot een felle politieke strijd in Spanje. De rechtse oppositiepartijen PP en Vox willen alle migranten, ook minderjarigen, zo snel mogelijk naar Marokko terugsturen en verzetten zich tegen extra opvang. De regering van premier Sánchez stelt juist dat noodopvang noodzakelijk is om humanitaire redenen en de overlast te beperken. Volgens de wet moet iedere zaak individueel worden behandeld; voor minderjarigen gelden extra waarborgen. Een eerdere veroordeling van twee bewindslieden wegens illegale uitzetting onderstreept die juridische beperkingen.

De regionale PP-president van Ceuta, Juan Jesús Vivas, houdt uitbreiding van opvanglocaties grotendeels tegen. Daardoor werd ook een plan om 500 kwetsbare meisjes naar het Spaanse vasteland over te brengen, vertraagd. Veel inwoners steunen zijn harde lijn en noemen migranten in protestposters „indringers”, terwijl anderen de centrale regering verantwoordelijk houden voor de onveiligheid.

Na weken juridisch conflict kwam uiteindelijk een opvanglocatie in de haven voor 1800 mensen beschikbaar. Dat is volgens hulpverleners een verbetering, maar nog lang niet genoeg. Duizenden blijven voorlopig op het strand. Overplaatsing naar het Spaanse vasteland ligt politiek gevoelig. Sommige migranten geven de strijd op en keren terug naar Marokko, omdat zij het leven op straat na bijna twee maanden niet langer volhouden.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Job Knoester over socialmediagebruik Olcay Gulsen: 'Een beetje zielig'