Rutte onder vuur bij Coronacommissie
In dit artikel:
Mark Rutte verschijnt donderdag in Den Haag voor de parlementaire coronacommissie om verantwoording af te leggen over het gevoerde beleid tijdens de coronapandemie. De oud-premier wordt bevraagd over de werkwijze van zijn kabinet onder grote tijdsdruk, de afwegingen achter ingrijpende maatregelen en zijn reflectie op de keuzes waar hij eerder over sprak als "duivelse dilemma's". Rutte zei in augustus 2020 dat het kabinet "met 50 procent van de kennis 100 procent van de besluiten" moest nemen; de commissie wil nu helder krijgen welke consequenties dat voor de besluitvorming had.
De commissie reconstructeert onder meer hoe besluiten tot stand kwamen rond ingrepen zoals de lockdowns, de avondklok, de massale vaccinatiecampagne en de invoering van de coronapas. In de eerste tweeënhalve week van openbare verhoren zijn al twaalf betrokkenen gehoord, vooral over de beginfase van de crisis en de opzet van de crisisorganisatie. Bij Rutte richt het onderzoek zich vooral op de manier van samenwerken: wie zat wanneer aan tafel, hoe verliepen de lijnen tussen kabinet, experts (zoals het OMT) en uitvoerende instanties, en konden volksvertegenwoordigers en het publiek de beslissingen voldoende volgen? Concrete maatregelen zoals de avondklok of de pas komen later opnieuw aan bod.
Een twistpunt is het informele overleg in het Catshuis, waar Rutte op zondagen sprak met betrokken ministers, OMT-voorzitter Jaap van Dissel en NCTV-topman Pieter‑Jaap Aalbersberg. Volgens betrokkenen bood dat overleg ruimte voor vrije discussie, terwijl formele besluiten elders zijn vastgelegd; omdat die gesprekken niet volledig zijn gedocumenteerd, is nu moeilijk te achterhalen welke invloed ze hadden. De commissie onderzoekt ook of in de beginfase tijdig en zorgvuldig is opgetreden bij kwetsbare groepen, bijvoorbeeld bewoners van verpleeghuizen die in het begin geen bezoek kregen — een maatregel die later grote gevolgen bleek te hebben.
Tot nu toe blijkt uit de verhoren dat het voor commissieleden lastig is om diep door te vragen bij ervaren bestuurders; eerdere gesprekken met oud-minister Bruno Bruins en OMT-voorzitter Van Dissel leverden niet altijd doorbraken op. Na Rutte staat vrijdag oud-premier Dick Schoof op de rol, die tijdens de crisis de hoogste ambtenaar bij Justitie en Veiligheid was, en ook hij zal worden bevraagd over de bestuurslijnen en de afhandeling van de crisis.