Rutger Groot Wassink trotseerde acht jaar lang de cancelcultuur van rechts - ook bij de Dokwerker deze week
In dit artikel:
Rutger Groot Wassink gebruikte de herdenking bij de Dokwerker deze week om nog eenmaal duidelijk kleur te bekennen. Als zittend bestuurder – met de ambtsketen om en op het plein waar de Februaristaking van 1941 wordt herdacht – koos hij nadrukkelijk voor de traditie om oorlogsherinnering te verbinden met hedendaagse politiek: tegen racisme en het opkomend modern fascisme. Hij vertrekt na de verkiezingen van 18 maart en profileerde zichzelf hiermee als richtingaanwijzer voor Amsterdam.
De plek zelf blijft beladen; sinds kort na de oorlog bestaat er al strijd over hoe de staking herinnerd moet worden, met communistische en anticommunistische stromingen die zelfs tot gescheiden herdenkingen leidden. Ook nu ontstond ophef: Bij1-leider Tofik Dibi werd van een FNV-sprekerslijst gehaald en dichter-activist Jerry Afriyie kreeg kritiek vanwege eerdere uitspraken over Israël en zionisme. De voorzitter van de herdenking, Jaïr Stranders, verdedigde echter Afriyies jarenlange inzet tegen onrecht en hield vast aan de openheid van het podium.
Groot Wassink liet zich vergelijken met zijn eerdere daad in 2018, toen hij – tegen de zin van zijn partijtop – meedeed aan een anti-racismemars. Destijds leidde dat meedoen mede tot politiek succes: GroenLinks werd in Amsterdam de grootste partij. Nu droeg hij opnieuw het politieke erfgoed van de linkse verzetstraditie uit en trok daarmee een lijn tussen verleden en actuele strijd tegen racisme.