Russische oligarchen eisen miljarden van Oekraïne, met dank aan Europese handelsverdragen
In dit artikel:
Gesanctioneerde Russische oligarchen stappen steeds vaker naar internationale arbitrage om Oekraïne te vervolgen voor miljardenverliezen nadat Kiev deels nationaliseerde of bevroren bezittingen. Follow the Money toont dat zij daarbij routinematig gebruikmaken van westerse investeringsverdragen en van vennootschappen in EU‑landen — met Nederland als een belangrijke draaischijf.
Belangrijkste casus is die van Mikhail Fridman. Zijn Luxemburgse ABH Holdings eist via het Wereldbank‑arbitragehof ICSID circa 1 miljard dollar van Oekraïne omdat Sense Bank, een van de grootste Oekraïense banken waarin hij via een holding zat, in 2023 werd genationaliseerd uit veiligheidsredenen. Fridman en zijn zakenpartner Petr Aven staan op de EU‑sanctielijst. ABH beroept zich op een bilateraal investeringsverdrag (BIT) uit 1996 tussen Oekraïne, België en Luxemburg.
Parallel daarenboven diende E.M.I.S. Finance, gevestigd in Maastricht, een eigen claim in bij ICSID en vordert ongeveer 400 miljoen dollar voor dezelfde nationalisatie. Onderzoek wijst uit dat een oud‑bestuurslid van E.M.I.S. langdurig verbonden was aan Alfa Asset Management Europe (AAME), dat grotendeels eigendom bleek te zijn van vier sinds 2022 gesanctioneerde Russen, waaronder Fridman en Aven. AAME heeft zich publiekelijk proberen los te koppelen van die aandeelhouders, maar de timing van bestuurwisselingen en claims roept vragen op over zogenoemde treaty shopping.
Analyse van experts: oudere BITs uit de jaren ’90 waren vooral ontworpen om buitenlandse investeerders stevige bescherming te geven en bevatten weinig expliciete ruimte voor overheidsmaatregelen met redenen van nationale veiligheid. Dat maakt ze voor Russische investeerders aantrekkelijk nu directe rechtsroutes naar Rusland door Kyiv zijn afgesloten en het Oekraïens‑Russische investeringsverdrag is verbroken. ICSID hoeft niet in alle gevallen de uiteindelijke uiteindelijke uiteindelijke belanghebbende achter een eiser te doorgronden, waardoor via niet‑Russische entiteiten onder gunstige verdragen kan worden geprocedeerd.
Nederland speelt daarbij een sleutelrol. Met 95 investeringsverdragen is het na de VS een van de populairste thuisstaten vanwaar claims worden aangebracht; Nederlandse verdragen worden als relatief investeerdersvriendelijk gekenschetst. Dat verklaart mede waarom veel procedures tegen Oekraïne vanuit Nederlandse entiteiten of op grond van Nederlandse verdragen worden ingediend. Sinds 2014 en vooral na 2022 is het merendeel van de ISDS‑zaken tegen Oekraïne gerelateerd aan de oorlog.
Kritische onderzoekers waarschuwen voor een precedentwerking: als arbiters investeerders in het gelijk stellen, kan dat leiden tot een lawine aan claims die Oekraïne financieel zwaar belasten. De Nederlandse overheid verdedigt verdragen als instrument voor rechtszekerheid en bescherming van Nederlandse bedrijven in het buitenland, maar erkent onzekerheid over toekomstige ontwikkelingen en mogelijkheden om claims af te wenden.
Er zijn al voorbeelden van treaty shopping en soortgelijke claims: Duitse, Oostenrijkse en Britse entiteiten hebben Oekraïne aangespannen na sancties of nationalisaties; Fridman zelf klaagde ook Luxemburg aan voor een recordclaim van 16 miljard dollar wegens bevriezing van bezittingen. De EU probeerde met haar 18e sanctiepakket directe vorderingen van gesanctioneerden tegen lidstaten te beperken, maar deskundigen stellen dat alleen een grondige hervorming van het mondiale ISDS‑systeem structurele oplossing kan bieden om de balans tussen investeerdersrechten en nationale beleidsruimte te herstellen.