Russische kunstenaar tekent in de cel de ellende van zich af met as, bloed en tandpasta
In dit artikel:
Pavel Krisevitsj was twintig toen politieagenten hem op het Rode Plein arresteerden na een politiek kunststuk waarbij hij zichzelf met een onklaar gemaakt pistool door het hoofd schoot. Na ruim een jaar in voorlopige hechtenis kreeg hij een rechterlijke straf: vijf jaar verblijf in een strafkolonie. Schrijver en journalist Paul Alexander, die Rusland al decennialang volgt, raakte via een besloten Facebookgroep in contact met Krisevitsj en verwerkte diens werk en lot in zijn boek Bloed, as en tandpasta over politieke gevangenen in Rusland.
In gevangenisbewaring en later in een strafkamp in de steppe maakte Krisevitsj meer dan tweeduizend kunstwerken. Hoe die creaties naar buiten kwamen houdt hij geheim, maar Alexander wijst op oude, informele communicatiewegen binnen gevangenissen en de mogelijke rol van advocaten — vergelijkbaar met manieren die ook bij de zaak van Aleksej Navalny zichtbaar werden. Volgens Alexander bestaan er altijd “gaatjes in het systeem” waarmee berichten en spullen kunnen circuleren.
Alexander benadrukt dat er binnen Rusland veel moedige tegenstemmen zijn en dat de propaganda het beeld kan vervormen dat iedereen Poetin steunt. Krisevitsj is inmiddels vrij en woont in Montenegro; hij probeert van zijn kunst te leven, mist zijn vrouw en bouwt nu aan een nieuw bestaan buiten Rusland.