Russen hebben nu soldaten uit 37 landen, Oekraïne 70: front lijkt steeds meer op een wereldoorlog
In dit artikel:
Wat ooit een grensconflict tussen twee buurlanden was, is uitgegroeid tot een internationale huurlingenoorlog waarin duizenden niet-nationale strijders aan beide zijden meevechten. Volgens berichtgeving vechten inmiddels ruim 18.000 buitenlandse rekruten voor Rusland (uit 37 landen) en ongeveer 15.000 voor Oekraïne (uit zo’n 70 landen).
Een opvallende groep aan Oekraïense kant komt uit Zuid-Amerika: ongeveer 40 procent van de vrijwilligers zijn Zuid-Amerikanen, veelal voormalige Colombiaanse kartelstrijders. Financiële prikkels spelen een grote rol: rekruten zouden rond de 4.000 euro per maand zijn beloofd, tegenover circa 300 euro die ze meestal in hun thuisleger zouden ontvangen. The Times meldt dat mogelijk al zo’n 500 Zuid-Amerikanen aan het front gesneuveld zijn; in een recente tiendaagse gevechtsperiode stonden Colombianen oog in oog met Noord-Koreaanse strijders.
Aan Russische kant blijken veel rekruten uit Afrika en Azië te komen, vaak via misleiding. Voor een baantje als onderhoudsmonteur in Sint-Petersburg aangeworven, belanden sommigen uiteindelijk in loopgraven in Oost-Oekraïne. Huidige schattingen noemen circa 1.400 Afrikaanse strijders aan het front; van meerdere Afrikaanse landen is gemeld dat honderden burgers werden gerekruteerd, een weektraining in het Russisch kregen en vervolgens naar de voorste linies werden gestuurd. Britse inlichtingendiensten zeggen dat recent ongeveer dertig procent van de Russische krijgsgevangenen uit Afrika of India afkomstig is.
Andere leveranciers van ‘kanonnenvlees’ zijn Cuba (mogelijk tot 5.000 man) en Servië (honderden), en er worden contracten getekend in landen als India, Nepal, Jemen en Syrië. Vaak worden extra aansporingen gebruikt, zoals het vooruitzicht op een Russisch paspoort.
Ook westerse vrijwilligers spelen een rol. Direct na het begin van de Russische invasie meldden zich ongeveer 3.000 Amerikanen; onder hen was Karl Johnson, die in een interview zijn inzet vergeleek met buitenlandse vrijwilligers in de Spaanse Burgeroorlog en verklaarde dat hij zijn leven zag als strijd tegen fascisme en autoritaire regimes. Aan Oekraïense kant vochten ook tientallen Nederlanders; zes zijn omgekomen. De Internationale Brigade voor buitenlanders werd eind 2025 opgeheven; leden konden toen kiezen voor dienst bij Oekraïense eenheden of terugkeer naar huis. Bij de Russische kant bestaat zo’n uitweg vaak niet: contracten of de dood aan het front.
De casus van Michael Gloss, een 21-jarige Amerikaan en zoon van een voormalige CIA-directeur, illustreert de complexiteit: hij vocht voor Rusland en viel aan de frontlijn; Moskou verleende postuum hoog onderscheid, mogelijk zonder te weten welk familieverleden hij had. De wereldwijde mobilisatie van huurlingen verhardt het conflict, vergroot het menselijk leed en brengt nieuwe juridische en geopolitieke vragen over rekrutering, dwang en verantwoordelijkheid op het slagveld.