Nieuwe fase Oekraïne-oorlog na koerswijziging Berlijn: Kiev mag langeafstandsraketten inzetten
In dit artikel:
Rusland verhoogt zijn luchtaanvallen op Oekraïne aanzienlijk om een indruk van overwicht te creëren en zo het moreel van Oekraïne en zijn westerse bondgenoten te ondermijnen. Sinds de herfst is het aantal aanvallen geëscaleerd, met een scherpe opleving in mei waarbij bijna duizend drones, kruisraketten en ballistische raketten werden ingezet, wat leidde tot minstens veertien dodelijke slachtoffers. Volgens het Institute for the Study of War maakt deze intensivering deel uit van een strategie van Moskou om de zinloosheid van westerse steun aan Oekraïne te benadrukken. Desondanks boeken de Russische troepen slechts geringe terreinwinst en lijden zij zware verliezen, met dagelijks circa 1.500 doden en gewonden.
Ondertussen zette Duitsland een koerswijziging in met bondskanselier Friedrich Merz, die Oekraïne toestaat om langeafstandsraketten te gebruiken zonder de eerdere beperkingen op het bereik. Dit betekent dat Oekraïne voor het eerst doelwitten diep in Rusland kan aanvallen, zoals munitiedepots en transportknooppunten. Deze stap wijkt af van het terughoudendere beleid van de vorige bondskanselier Olaf Scholz, die vreesde voor escalatie tussen NAVO en Rusland en beperkte het gebruik van Duitse wapens tot doelen binnen Oekraïne. Ook beperkingen die waren opgelegd aan Franse, Britse en Amerikaanse langeafstandswapens zijn volgens Merz komen te vervallen.
Deze ontwikkelingen onderstrepen dat de oorlog niet alleen een militair conflict is, maar ook een strijd om perceptie en overtuiging. Elke succesvolle aanval diep in Russisch gebied draagt bij aan een krachtiger narratief dat Moskou niet onaantastbaar is en dat Oekraïne dankzij westerse steun in staat is terug te slaan. Hiermee vecht ook een strijd om het moreel en de strategische beeldvorming, waar zowel Rusland als het Westen zich op richten om invloed uit te oefenen op publiek en besluitvormers.