Rusland klaagt Nederland en Allard Pierson Museum aan voor diefstal Krim-kunstschatten: 'Die claim is absurd!'
In dit artikel:
Rusland is een strafzaak begonnen tegen Nederland, het Amsterdamse Allard Pierson-museum en de staat Oekraïne wegens wat het Russische Onderzoekscomité beschouwt als de ‘diefstal’ van het zogenoemde Scythische goud. Het onderzoek richt zich op de overdracht van een collectie van 565 objecten, die in 2014 door het Allard Pierson in bruikleen was van vier musea op de Krim. Die bruikleen liep van februari tot augustus 2014, kort na de annexatie van de Krim door Rusland in maart 2014.
De Nederlandse rechter voerde een bijna tien jaar durend proces en besloot uiteindelijk dat de collectie volgens de UNESCO-regels niet terug kon naar betwist gebied en daarom in november 2023 aan Oekraïne moest worden overgedragen. In juli 2024 werd de schat tentoongesteld in Kyiv in een tentoonstelling die door Olena Zelenska werd geopend. De collectie omvat wapens en voorwerpen van de Scythen, Goten en Sarmaten uit de oudheid en vroege middeleeuwen.
Het Russische Onderzoekscomité stelt dat na de annexatie de musea en hun collecties op de Krim deel gingen uitmaken van Rusland en beschuldigt de betrokkenen ervan de stukken zonder vergoeding naar Oekraïne te hebben gebracht. Het comité taxeert de collectie op ongeveer 1,3 miljoen euro, maar stelt ook dat sommige objecten onbetaalbaar zijn; onafhankelijke schattingen lopen veel hoger — een Russische historicus noemde een mogelijke veilingwaarde tot circa 200 miljoen euro. Experts en critici wijzen er echter op dat het Kremlin met deze zaak vooral een politiek signaal wil afgeven: het beoogt de Russische aanspraak op de Krim te benadrukken, wat internationaal grotendeels niet wordt erkend.
De strafzaak wordt in Moskou behandeld; een uitspraak zal volgens waarnemers vooral symbolische waarde hebben en waarschijnlijk weinig praktische gevolgen voor de aangeklaagden.