Ruim 50% van pensioenregelingen bij verzekeraar en ppi moet nog over: te laat kan belasting kosten
In dit artikel:
Volgens De Nederlandsche Bank moeten verzekeraars en premiepensioeninstellingen nog ongeveer 38.000 pensioenregelingen aanpassen. Dat is ruim de helft van het totaal. De wettelijke uiterste overgangsdatum is 1 januari 2028, maar voor regelingen bij deze uitvoerders moet het transitieplan in principe uiterlijk op 1 oktober 2027 worden ingediend. Daarin staan onder meer de nieuwe pensioenregeling, de overstapdatum en eventuele compensatie. Bij eerbiedigende werking is een transitieplan niet verplicht, al wordt het wel aanbevolen.
Wie de deadline overschrijdt, kan volgens DNB te maken krijgen met loonbelasting over het al opgebouwde pensioen en mogelijk revisierente. Ook kan de uitvoerder de overeenkomst beëindigen, waardoor toekomstige pensioenopbouw en verzekeringen bij overlijden of arbeidsongeschiktheid kunnen wegvallen. Dit zijn voorwaardelijke risico’s; werknemers krijgen niet nu al automatisch een belastingaanslag of verliezen direct hun dekking. Het cijfer van 38.000 betreft regelingen, niet het aantal deelnemers.
Werkgevers en werknemers moeten de gevolgen van de overgang gezamenlijk bespreken. Daarbij hoort ook een onderbouwing van berekeningen en eventuele compensatie voor verschillende leeftijdsgroepen. Een percentage of prognose van een andere werkgever zegt daarom niets over de eigen situatie.
Werknemers doen er goed aan na te vragen welke route hun werkgever kiest, wanneer de regeling wordt aangepast en wanneer persoonlijke berekeningen beschikbaar zijn. De pensioenuitvoerder staat op het pensioenoverzicht of is te vinden via Mijnpensioenoverzicht.nl. Wie meerdere werkgevers heeft gehad, moet bovendien controleren welke uitvoerder bij de huidige baan hoort. Berichten van andere fondsen, zoals een voorlopige berekening bij BPL Pensioen, zijn niet automatisch van toepassing op een regeling bij een verzekeraar.
Vandaag Inside: Opmerkelijk tafereel: Vandaag Inside-gasten snuffelen aan nieuwe boek van Job Knoester