Ruggengraatloos Brussel buigt wéér: EU-lidstaten weigeren economisch verdrag met Israël op te schorten

woensdag, 22 april 2026 (10:23) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

Tijdens een EU-bijeenkomst in Luxemburg is een voorstel van Ierland, Slovenië en Spanje om het handelsdeel van het associatieverdrag met Israël tijdelijk op te schorten afgewezen. De initiatiefnemers wilden hiermee een politiek en economisch signaal afgeven naar aanleiding van het recente geweld en de daarmee gepaard gaande humanitaire problemen; voor een volledige opschorting is unanimiteit vereist, maar de drie landen probeerden via de minder strenge route van een gekwalificeerde meerderheid (55% van de lidstaten) toch maatwerk te bereiken. Dat mislukte.

Het artikel hekelt de EU-leiders om wat het noemt een gebrek aan daadkracht en bestempelt de uitkomst als een schandvlek van lafheid en bureaucratie. Als reactie op de stemming citeert de tekst een opmerking van Kaja Kallas: dat de discussie over mogelijke maatregelen wordt voortgezet — een uitspraak die de auteur neerzet als een bureaucratisch excuus voor uitstelbeleid. Ook het optreden van Nederland krijgt stevige kritiek: minister Tom Berendsen (CDA) zou geen leiderschap hebben getoond en zou alleen bereid zijn geweest het onderwerp aan de orde te stellen als er al voldoende steun zichtbaar was.

De schrijver beschrijft de Europese aanpak als vertraagd en ontwijkend — dossiers worden naar commissies doorgeschoven en besluitvorming wordt op de lange baan geschoven — en roept lidstaten op zelf initiatief te nemen en Israëls economische banden aan te scherpen als de EU dat niet doet. Daarnaast gebruikt het stuk de gebeurtenis om het bredere falen van de Brusselse politiek en de gevestigde media aan de kaak te stellen en lezers op te roepen zich aan te sluiten bij het gepresenteerde verzet en de nieuwsbrief van de publicatie.

Kort samengevat: het door drie landen ingediende plan om economisch druk op Israël uit te oefenen via opschorting van het handelsdeel van het associatieverdrag slaagde niet in Luxemburg; het debat verschoof naar verdere gesprekken, wat door de auteur hard wordt bekritiseerd als lafhartig en ontoereikend, terwijl Nederland volgens het stuk naliet het voortouw te nemen.