Rudi Künzel, de sociaal bewogen historicus gaf stem aan de gewone mens
In dit artikel:
Historicus en activist Rudi Künzel, die in maart overleed, verbond decennialang vakmanschap en maatschappelijke betrokkenheid. In Amsterdam was hij een bekend gezicht: als middeleeuwkundige actief aan het Meertens Instituut en later als gastonderzoeker en privaatdocent bij de Universiteit van Amsterdam, en als publieksintellectueel die zich regelmatig mengde in actuele debatvoering.
Künzel groeide op als oorlogskind en studeerde geschiedenis aan de UvA, waar een oogafwijking hem dwong met een loep te werken maar hem niet weerhield van levendige studentenactiviteiten bij de linkse sociëteit Olofspoort. Zijn wetenschappelijke faam dankte hij onder meer aan het Lexicon van Nederlandse toponiemen tot 1200 (1986), een standaardwerk over plaatsnamen dat nog altijd wordt geraadpleegd door historici, historisch-geografen en archeologen. Zijn onderzoek was sterk beïnvloed door de Annales-school; hij bestudeerde mentaliteitsgeschiedenis en richtte zich op de levens en stemmen van gewone, vaak gemarginaliseerde mensen in de Middeleeuwen.
Tegelijk was Künzel een actief activist. In februari 2015 beklommen hij en zijn partner, biologe Anne‑Ruth Wertheim, het trappetje van het bezette Bungehuis om solidariteit te tonen met studenten die protesteerden tegen bezuinigingen op de geesteswetenschappen. Kort daarna gaf hij in het Maagdenhuis een minicursus over de Noord-Afrikaanse geleerde Ibn Khaldûn, waarvan hij vond dat diens sociaal-wetenschappelijke inzichten relevant waren als tegenwicht tegen moderne islamofobie en vreemdelingenhaat.
Künzel zocht niet alleen naar historische reconstructies maar ook naar praktische manieren om onrecht te bestrijden. Na jarenlang lid te zijn geweest nam hij afscheid van de PvdA uit onvrede over het beleid rond de Amerikaanse inval in Irak; na de Russische inval in Oekraïne sloot hij zich aan bij De Nieuwe Vredesbeweging en pleitte consequent voor dialoog en de-escalatie: “vuur bestrijd je niet met vuur, maar met water.” Hoewel hij Poetin scherp veroordeelde, had hij grote bewondering voor de Russische oppositie.
Collega’s en oud-studenten roemden hem als een geduldige docent die openstond voor verschillende meningen en studenten serieus nam. In zijn laatste weken selecteerde hij uit zijn omvangrijke boekencollectie; een deel ervan wordt binnenkort ondergebracht in een wetenschappelijke bibliotheek in Marokko — een passende bestemming gezien zijn lange studie van Ibn Khaldûn en de Noord-Afrikaanse geschiedenis.