Rozalie Hirs, componist én dichter, creëert een droomlandschap om al luisterend doorheen te reizen
In dit artikel:
Rozalie Hirs (1965) presenteert met Roseherte (2008) een vijftien minuten durend orkestwerk met elektronica dat zich als een mythische reis ontvouwt. De titel is een zelfgevormd Middelnederlands wezen waarin haar eigen naam schuilgaat; het stuk wekt dat wezen en laat het langs landschappen trekken waarin klank het verhaal draagt. Hirs, die naast componiste ook dichter is, laat hier vooral de harmonie spreken: zuilen van akkoorden en subtiele microtonale verschuivingen veroorzaken een ruimtelijk zweven waarin tonen van zuiverheid via uiteenlopende vibrato-schakeringen geleidelijk vervagen naar adem- of breath‑klanken.
De orkestratie combineert klassieke en elektronische kleuren: glockenspiel, piano, celesta, cymbalen, zacht tremolerende strijkers en elektronica vormen onder meer een Arcadisch dal in Episode E, met fonkelende stroompjes en ritselend detail. Op andere plekken doet de muziek denken aan Messiaen door haar staccato mystiek, elders breekt een harpensegment los met een Debussy-achtige hartstocht, en het slot — sterk verdeeld strijkersapparaat in drie lagen en fluisterzachte dynamiek — is betoverend. Hirs werkt met pilaren van dominant-septiemakkoorden en kwintstructuren die harmonische spanningen laten schuiven; de componiste bouwt als het ware een klankgebouw dat voortdurend in wording blijft.
Op de cd staan naast Roseherte ook Arbre généalogique, Avatar en Bron — klankgedichten die het reismotief voortzetten en de luisteraar vrijlaten om er eigen beelden bij te bedenken. Het Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van Micha Hamel voert het materiaal overtuigend uit. Concluderend: een fascinerend en zeldzaam voorbeeld van Nederlandse muziek die zich nadrukkelijk en inventief op harmonie richt; de opname verdient aandacht van wie van verfijnde, verhalende soundscapes houdt.