Rood, wit, blauw en oranje (en een beetje roze): kleurafwijkingen onder exotische rivierkreeften
In dit artikel:
In Nederland komen uitheemse rivierkreeften inmiddels wijdverspreid voor en veel gemeenten, vissers en natuurbeschermers vangen ze massaal weg met fuiken, korven, kistjes, goten, tunnels en collectoren. Die intensieve vangsten leveren niet alleen data over aantallen en biologie, maar ook over de uiteenlopende kleurvarianten van kreeften. In natuurgebied de Molenpolder bij Utrecht bijvoorbeeld werden in 2022 meer dan een half miljoen exemplaren verwijderd.
De kleur van een rivierkreeft wordt hoofdzakelijk bepaald door carotenoïden, met name astaxanthine, een pigment dat dieren via hun voedsel opnemen. Het exoskelet van een kreeft bestaat uit vier lagen: drie buitenste cuticula-lagen en een binnenste epidermis. Astaxanthine komt in alle lagen voor, maar in de buitenste lagen is het vaak gebonden aan verschillende eiwitcomplexen. Die combinatie van pigment en eiwit verandert hoe licht wordt teruggekaatst en kan leiden tot blauwtinten, paars of geel. Ongebonden astaxanthine in de epidermis verschijnt als rood. Door de opeenstapeling van kleuren in de verschillende lagen ontstaat meestal een bruine, camouflerende tint.
Afwijkende kleuren kunnen op natuurlijke wijze ontstaan door voedingstekorten (bijvoorbeeld te weinig astaxanthine) of door genetische mutaties. Kleine verstoringen of één mutatie die leidt tot overexpressie van eiwitten in de cuticula verklaren vermoedelijk waarom blauwe kreeften relatief vaak worden aangetroffen. Meer ingrijpende mutaties die de productie of binding van carotenoïde-bindende eiwitten verstoren, kunnen leiden tot zeldzamere kleurvormen zoals wit (leucisme), roze, oranje, hyperrood of paars.
Onderzoek en waarnemingen laten zien dat blauw veruit de meest gemelde afwijking is: een recente studie vond dat ruim 70% van de gerapporteerde kleurafwijkingen blauw betrof. Lokale Nederlandse inventarisaties wijzen eveneens in die richting; een 2024-inventarisatie in de Ankeveense plassen telde ongeveer 2% blauwe exemplaren onder de gevangen Amerikaanse rivierkreeften (4 van 215). Andere kleuren worden slechts sporadisch gemeld.
Praktische observaties verklaren ook waarom kleuren veranderen na de dood of bij verhitting: koken denatureert eiwitten zodat alleen het rode astaxanthine zichtbaar blijft; blootstelling op de kant kan juist de buitenste, warmere tinten wegvagen zodat overgebleven blauwe tonen zichtbaar worden.
Wie afwijkend gekleurde rivierkreeften ziet, wordt gevraagd foto’s op Waarneming.nl te plaatsen en bij ‘Levensstadium’ voor ‘afwijkend’ te kiezen, zodat onderzoekers de verspreiding en oorzaken van kleurvariatie beter kunnen onderzoeken. Tekst en beeld: Bram Koese (EIS Kenniscentrum Insecten) en collega’s.