Ronald Bär was geliefd als bisschop, maar hield misbruikende priesters een hand boven het hoofd
In dit artikel:
Ronald Philippe Bär, de emeritus bisschop van Rotterdam, is op 96-jarige leeftijd overleden in Teteringen. Hij was een populaire figuur binnen de rooms-katholieke kerk, maar zijn leiderschap werd overschaduwd door kritiek op zijn aanpak van seksueel misbruik door geestelijken. Na zijn onverwachte aftreden in 1993, waarvan de redenen nog steeds onduidelijk zijn, kwam Bär onder vuur te liggen. Geruchten over homoseksuele relaties en een mogelijke afkeuring door de conservatieve kerkelijke vleugel zouden daarbij een rol hebben gespeeld.
Geboren in Indonesië en opgeleid in Nederland, diende Bär tien jaar lang als bisschop en probeerde eenheid binnen de kerk te behouden te midden van een dalende ledenaantallen. Hij stond bekend om zijn relativerende benadering van enkele gevoelige onderwerpen, zoals huwelijk voor oudere mannen en bepaalde gevallen van abortus en euthanasie. Desondanks werd zijn progressiviteit betwist en beschreven sommige kenners hem als behoudend.
De commissie-Deetman, die seksueel misbruik binnen de Nederlandse katholieke kerk onderzocht, legde Bär zware tekortkomingen voor toen hij als bisschop de gevolgen voor een veroordeelde priester verwaarloosde, wat resulteerde in meer slachtoffers. Bär bracht zijn laatste jaren door in een verzorgingstehuis, waar hij op zaterdag is overleden.