Romeinen veranderden Europees bos drastisch
In dit artikel:
Dendrochronologen hebben met meer dan 20.000 houtmonsters aangetoond dat de komst van de Romeinen leidde tot grootschalige ontbossing in Centraal-Europa. Een consortium van 25 onderzoekers, onder wie Marta Domínguez Delmás (Naturalis en Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed), vergeleek jaarringpatronen van bomen die vóór, tijdens en na de Romeinse periode gekapt zijn. Omdat jaarringen als een unieke 'streepjescode' werken en referentiekalenders voor eik en grove den duizenden jaren teruglopen, konden veel monsters nauwkeurig in tijd worden geplaatst — soms zelfs tot het seizoen van kap.
Uit de analyses blijkt dat de eerste door Romeinen gebruikte bomen veel jaarringen hadden en uit dicht, oud bos kwamen. Dat past bij grootschalige houtwinning voor wegen, forten en schepen bij de Romeinse uitbreiding. Later teruggevonden bouwmaterialen uit dezelfde gebieden tonen juist bomen met weinig jaarringen en soms onregelmatige groei, wat duidt op jongere, open bossen — een direct gevolg van intensief kappen. In wat nu Nederland is, leidde de uitputting van lokale houtvoorraden ertoe dat in de derde eeuw hout geïmporteerd werd uit Midden- en Zuid-Duitsland.
De studie kent beperkingen: niet alle boomsoorten laten zich even goed dendero-dateren. Soorten als els en es hebben onregelmatige jaarringpatronen en ontbreken daarom in de referentiekalenders, terwijl de Romeinen ook zulke bomen gebruikten (bijvoorbeeld elzen in een weg bij Valkenburg). Daardoor is de berekende ontbossing waarschijnlijk een onderschatting van de werkelijke schaal.
Na de val van het Romeinse rijk (rond de vierde eeuw na Christus) toont het houtonderzoek herstel: in de vroege middeleeuwen werden weer bomen uit oude, dichtbegroeide bossen gekapt. Dat laat zien dat natuur en biodiversiteit zich kunnen herstellen als bossen met rust worden gelaten.
Domínguez Delmás pleit voor een herwaardering van traditionele, duurzame bosbouwmethoden, zoals het gebruik van uitlopers van overgebleven stronken (coppice/pollard-technieken). Omdat nieuwe scheuten uit bestaande wortelstelsels snel groeien, kan zo in relatief korte tijd winstgevend en lokaal hout worden geproduceerd en wordt afhankelijkheid van import verminderd. Ze behandelt deze ideeën ook in haar bijdrage aan het recente boek In de ban van de jaarring.
De studie levert niet alleen concreet bewijs voor de ecologische impact van Romeinse infrastructuur in Centraal-Europa, maar biedt ook relevante inzichten voor hedendaags bosbeheer en archeologische interpretatie van houtgebruik.