Rogier (59), Willem (66) en Ed (61) stoppen met hun Vakkledinghuis, een van de oudste winkels van Groningen
In dit artikel:
In de Oude Ebbingestraat in Groningen valt binnenkort een bladzijde uit de lokale winkelhistorie dicht: het Vakkledinghuis sluit definitief per 1 april na ruim honderd jaar. Het familiebedrijf, gestart in 1925 door Rudolf Hensen op nummer 69 (later uitgebreid met 67), maakte decennia lang werkkleding voor schilders, kelners, koks en andere vaklieden en groeide uit tot een vertrouwd adres in de straat.
Op een druilerige dinsdagochtend vouwen bedrijfsleider Willem Klei (66) en medewerker Ed Niessen (61) nog wat spijkerbroeken in een bijna lege winkel. De vitrine en schappen raken leeggemaakt; de hele onderneming en het bovenliggende pand zijn verkocht. Rogier Niessen (59), kleinzoon van de oprichter en de laatste eigenaar, verhuist vanwege zijn gezondheid buiten de stad zodra de deuren voorgoed sluiten.
Het Vakkledinghuis beleefde zijn hoogtijdagen vooral in de jaren zeventig en tachtig, toen de Oude Ebbingestraat nog een minidorp was met slager, groenteboer en zelfs een speciale regenpakkenwinkel. Toen kwamen scholieren, beroepsopleidingen en vakmensen massaal binnenlopen om hun uniformen en overalls aan te schaffen; zaterdagen waren vaak zonder pauze. Tegelijkertijd woonde veel winkelend Nederland boven of achter de winkels, wat de buurt een hechte sfeer gaf.
Met de tijd veranderde het aanbod en het klantenpatroon. In 1990 nam Rogier de zaak over; zijn oom Harry Hensen, een ex-kunstacademiestudent, had het assortiment al verruimd met kleurrijke en eigenzinnige vondsten. Die periode leverde anekdotes op van flamboyante verkleedpartijen en klanten die verbaasd stonden over de aankopen. Nu is de winkel vooral bekend om een bijna unieke collectie manchester (ribfluweel) — en om traditionele items als het klettervest, dat vooral oudere klanten aantrekt die teruggrijpen op vroeger stijlen.
Veel vaste klanten behoren tot een rij opvallende types die de winkel decennialang bezochten: van oud-burgemeester Jacques Wallage tot een man die al dertig jaar dezelfde spijkerbroek bestelt. Er zijn ook kleurrijke persoonlijkheden zoals een jongeman die steevast in roze of oranje komt of een ‘Ierse Zweed’ die laatst binnenstapte op zoek naar een herderscape voor de eendenjacht — en die het personeel persoonlijk wil bedanken voor de jarenlange service.
De sluiting markeert niet alleen het einde van een familiezaak, maar ook van een vorm van winkelier-zijn die zich volledig conformeerde aan de buurt. Bedrijfsleider Klei, na 48 jaar dienst, treedt terug; Rogier verlaat het pand en de stad. De oorzaak ligt deels in veranderende gewoonten en concurrentie van andere winkels en mogelijkheden, waardoor het ambacht en de storm van klanten uit weleer zijn geslonken. Voor veel inwoners en regelmatige bezoekers blijft het Vakkledinghuis een plaats vol herinneringen — een stukje lokale cultuur dat met de sluiting voorgoed verdwijnt.