Roelof Salomons: centrale banken normaliseren hun beleid, maar de wereld is er niet stabieler op geworden
In dit artikel:
De goudprijs is de laatste tijd sterk opgelopen omdat beleggers wereldwijd massaal naar het edelmetaal vluchten. Zowel particuliere als institutionele partijen zoeken bescherming nu geopolitieke spanningen en stijgende inflatie de onzekerheid op markten opvoeren. Centrale banken blijven daarnaast kopers, wat de onderliggende vraag verder ondersteunt.
De aantrekkingskracht van goud komt voort uit twee hoofdredenen: het fungeert als waardevast middel bij inflatie en als veilige haven in periodes van geopolitieke onrust. Ook de verwachting van lage of negatieve reële rente (rente na inflatie) maakt goud aantrekkelijker omdat de opportuniteitskosten van het aanhouden van een niet-rendementsdragend actief dan dalen. Instroom in goud-ETF’s en toenemende fysieke vraag naar munten en staven versterken de prijsbewegingen, terwijl mijnbouwproductie en beperkte aanbodgroei het opwaartse sentiment voeden.
De koersreactie speelt zich af op de wereldmarkten — denk aan handelsplaatsen als Londen en New York — en wordt gedreven door een mix van macro-economische indicatoren (inflatiecijfers, rentebesluiten), valutabewegingen (vooral de dollar) en nieuws over internationale spanningen. Historisch gezien heeft goud tijdens crises vaak goed gepresteerd, maar het is geen onfeilbaar belegging: het levert geen rente op en kan snel corrigeren als reële rentes stijgen of het risicoprofiel van de markten verbetert.
Kortom: de recente spectaculaire stijging van goud weerspiegelt een combinatie van vlucht naar veiligheid, inflatiezorgen en structurele vraag. Voor beleggers blijft goud vooral een diversificatiemiddel en inflatieverzekering, maar met duidelijke risico’s en grenzen aan het rendementspotentieel.