Roelof (59) organiseert al 30 jaar de Stille Tocht op 4 mei: 'Dit is het minste wat ik kan doen'
In dit artikel:
Roelof van der Kooi (59) is al decennialang vrijwilliger en vanaf zijn zestiende betrokken bij herdenkingen in Amsterdam. Hij organiseert de Stille Tocht op 4 mei, de ingetogen mars die voorafgaat aan de Nationale Dodenherdenking op de Dam. Van der Kooi groeide op in verschillende stadsdelen van Amsterdam en voelt zich diep verbonden met de stad; dat, en een sterk rechtvaardigheidsgevoel, motiveerde hem om zich voor herdenkingen in te zetten, niet familiegeschiedenis of persoonlijke oorlogsverleden.
Zijn betrokkenheid begon bij de organisatie van de herdenking van de Februaristaking en breidde zich uit naar de Stille Tocht. Voor hem betekent maatschappelijk betrokken zijn vooral: omzien naar anderen en voor elkaar opkomen — zowel in alledaagse situaties als bij grote openbare momenten van bezinning. Hij is ook mantelzorger en ziet vrijwilligerswerk als één van vele manieren waarop mensen bijdragen aan de samenleving.
Gesprekken met oud-verzetsmensen hebben hem diep geraakt. Hun dapperheid, bescheidenheid en de blijvende trauma’s die oorlog en vervolging hebben nagelaten, maakten grote indruk. Van der Kooi denkt vaak aan de vraag hoe anders Amsterdam had kunnen zijn als de ruim 60.000 Joodse Amsterdammers niet waren weggevoerd: welke winkels, muziek en cultuur zou de stad hebben gehad? Dat besef vormt voor hem een belangrijke reden om te blijven herdenken.
De Stille Tocht zelf waardeert hij vanwege de gedeelde stilte en de sfeer van saamhorigheid. De optocht wordt voorafgegaan door burgemeester, het Amsterdamse Comité 4 en 5 mei en basisschoolkinderen; daarna volgt het publiek in stilte, begeleid door de stille trom. Organisatorisch worden terrassen en omstanders kort geïnformeerd en gevraagd respect te tonen — vaak vanzelfsprekend, soms is uitleg nodig, zoals toen luidruchtige Engelse supporters op de tocht werden aangesproken en alsnog stil werden. Stilte biedt volgens hem ruimte voor reflectie over wat mensen elkaar hebben aangedaan.
Een traumatische herinnering is de chaos tijdens de zogenoemde Damschreeuwer: kort na het incident in Apeldoorn ontstond paniek op de Dam, ook onder kinderen die hij begeleidde. Van der Kooi beschrijft hoe hij in zulke situaties rationeel blijft handelen en probeert veiligheid te creëren, terwijl de spanning voelbaar is.
Wat herdenken vandaag de dag betreft: de essentie van de Stille Tocht is onaangetast — het gaat om het herdenken van Amsterdammers die tijdens de Tweede Wereldoorlog werden vermoord of verdwenen. Wel beïnvloeden actuele conflicten en maatschappelijke discussies de beleving en de gesprekken rondom herdenkingen. Voor Van der Kooi blijft herdenken noodzakelijk: het houdt geschiedenis levend, maakt duidelijk wat verlies van vrijheid betekent en biedt een startpunt voor dialoog. 4 mei blijft voor hem een dag van bezinning; 5 mei is de dag om vrijheid te vieren en het debat in vrijheid te voeren.