Rode Lijn-Jetten zou zich diep schamen voor kabinet-Jetten

maandag, 4 mei 2026 (13:15) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Op 4 mei 2026 hekelt het artikel de terughoudende houding van het Nederlandse kabinet onder premier Rob Jetten ten aanzien van Israëlische acties in Gaza en de dreiging van offensieven in Zuid-Libanon. Terwijl berichten wijzen op grootschalige verwoesting en ontvolking van Palestijnse steden als Beit Hanoun en Rafah, en Israëlische leidinggevenden zouden hebben aangedrongen op vergelijkbare verwoesting in grensdorpen van Libanon, kiest het kabinet niet voor harde tegenmaatregelen: geen sancties, geen wapenembargo’s en geen bilaterale handelsbeperkingen. In plaats daarvan zegt het kabinet te willen handelen binnen de kaders van EU-eensgezindheid.

De kritiek spitst zich toe op de ogenschijnlijke kloof tussen verkiezingsbeloften en regeringspraktijk. Tijdens de campagne had D66 en lijsttrekker Jetten zich expliciet kritisch opgesteld tegenover Israëlisch geweld en pleitten zij voor erkenning van een Palestijnse staat; nu, als premier, flankeert Jetten zijn woorden met vage diplomatieke formuleringen en vermijdt hij concrete dreigingen of sanctiedreigingen. Die stilzwijgende koers werd eerder ook zichtbaar toen Jetten begrip toonde voor een Amerikaanse-Israëlische aanval op Iran, ondanks vragen over schendingen van het internationaal recht.

Binnen de coalitie verschillen partijen onderling. De VVD presenteert zich als onvoorwaardelijke bondgenoot van Israël; Kamerwoordvoerder Nicole Maes weigerde in debatten publiekelijk te veroordelen omdat Israël als belangrijke partner wordt gezien. Het CDA signaleerde eerder enige terughoudendheid en noemt Israëlisch zelfverdedigingsrecht niet onbegrensd, maar als minister van Buitenlandse Zaken treedt CDA’er Tom Berendsen vooral in de voetsporen van voorgaande ministers: voorkeur voor ‘stille’ diplomatie boven openlijke veroordelingen. De dagelijkse meldingen van doden onder burgers, hulpverleners en journalisten tonen volgens het artikel dat die stille aanpak weinig effect sorteert.

Het kabinet zoekt graag EU-eenheid, maar volgens de columnist is die een gemakkelijke uitvlucht: in werkelijkheid bestaat er geen Europese consensus en prioriteiten blijken anders te liggen. Een recente EU-top op Cyprus plaatste Libanon vooral in het licht van mogelijke migratiestromen naar Europa, terwijl men het voorkomen van vluchtelingenstromen hoger leek te waarderen dan het aanpakken van de oorzaken van massale ontheemding.

De politieke boodschap van het stuk is helder: de regering kiest loyaliteit en pragmatiek boven principiële handhaving van het internationaal recht. Wie tijdens de campagne met de “rode lijn”-retoriek verbonden was, zou zich nu diep moeten schamen voor het regeringsbeleid, aldus de schrijver.