Robert (55) uit Erm verkoopt auto's van Nelson Mandela, Muhammad Ali en Prins Bernhard. 'Ik doe waar ik van droomde'
In dit artikel:
Robert Wagner (55) runt vanuit een bedrijfspand in Veenoord een handel in bijzondere en klassieke auto’s. Op jonge leeftijd raakte hij al verzot op auto’s — een herinnering aan een bezoek aan een Renault-showroom als jongen van twaalf leeft nog altijd — en die passie leidde via een periode in de bouw en bruggenonderhoud in Duitsland uiteindelijk in 1995 tot zijn eigen autobedrijf. Aanvankelijk verkocht hij populaire sportieve modellen als Golf GTI en Honda CRX; sinds 2011 richt hij zich uitsluitend op klassieke voertuigen en zogeheten special cars, waaronder youngtimers (sportieve auto’s van rond de 15 jaar en ouder).
De showroom van Wagner biedt een eclectische mix: Europese klassiekers zoals de Citroën DS (‘deesse’ of ‘godin van de weg’), een Mercedes 300 uit 1958 (de Adenauer) en Amerikaanse iconen, bijvoorbeeld een goud-rode Chevrolet Corvette C1 Competition Coupe die deelnam aan evenementen als Le Mans Legends en de 6-uurs race van Spa. Wagner koopt veel voertuigen in heel Europa; hij gaat zelden zelf naar de VS om tijd in de zaak niet te verliezen. Omdat hij al lang in de branche zit en op beurzen staat, bouwde hij een internationaal netwerk op; meer dan de helft van zijn aankopen wordt weer geëxporteerd, soms zelfs naar landen als Dubai of Koeweit.
Enkele auto’s in zijn collectie hebben een opvallende provenance: een zwaar gepantserde Mercedes S600 Guard die voor Nelson Mandela werd gebruikt, een Ford Thunderbird van prins Bernhard en een Cadillac Coupé die volgens de documenten ooit toebehoorde aan bokser Muhammad Ali. Wagner merkt echter dat beroemdheidsstatus kopers zelden extra doet bieden; for many buyers is de auto zelf het belangrijkst.
Wagner benadrukt de emotionele waarde van bijzondere voertuigen: een oudere Duitse klant noemde een klassieke auto een “Freudenbringer” — een brenger van vreugde — en die formulering vat zijn vak goed samen. Klanten komen uit alle leeftijden en hoeken van Europa; bijleveringen en afleveringen kunnen variëren van jonge liefhebbers tot hoogbejaarden die een levenslange droom vervullen. Wagner laat ook kinderen graag rondkijken in zijn showroom, met de waarschuwing “niks aanraken”, in de hoop dat die jeugdige fascinatie later misschien uitmondt in een eigen aankoop.
Praktisch gezien werkt Wagner grotendeels alleen, wat zijn aanpak bepaalt: hij koopt gericht en prefereert mobiliteit in Europa boven tijdrovende tochten naar Amerika. De jacht op bijzondere auto’s vindt hij het leukst; verkopen doet hij vanwege het bestaansrecht van de zaak en het plezier anderen te laten genieten van zijn vondsten. Soms ervaart hij het afscheid van een gekoesterde wagen als moeilijk, maar het idee dat een auto weer iemand anders blij maakt, verzacht dat.
Kortom: Wagner heeft van zijn levenslange autoliefde een nichebedrijf gebouwd waarin vakkennis, een Europees inkoopveld en een netwerk van klanten en collega’s samenkomen. Zijn collectie is even veel een museum van automobilistische verhalen als een handel in voertuigen die mensen dagelijkse vreugde dát leveren.