Rob Jetten is een algoritme
In dit artikel:
Rob Jetten, de jonge D66-politicus die sinds kort minister-president is, krijgt in dit stuk een genadeloze ontleding van zijn imago: volgens de auteur is Jetten meer geprogrammeerd marketingproduct dan menselijk leider. Waar hij eerder al opviel als vlotte communicator en snel gekatapulteerd partiijleider, wordt zijn opmars naar het Torentje nu gekarakteriseerd als een aaneenschakeling van zorgvuldig geregisseerde optredens en socialmediacampagnes die schreeuwen om controle en imagebeheer.
De kritiek spitst zich toe op twee dingen: stijl boven inhoud, en een bijna obsceen beheerste mediapresentatie. Sinds Jetten officieel premier werd (deze week, met concrete verwijzingen naar maandag en een recente tweet op donderdag 26 februari) profileert zijn campagneteam hem via hoogglansbeelden, selfievideo’s en professioneel gemonteerde 4K-berichten. De auteur wijst op de wisselwerking tussen formaten: van opgewekte, bijna kinderlijk vrolijke clips op X (het voormalige Twitter, waar zijn account miljoenen volgers heeft) tot somber verlichte portretten tijdens internationale videobelgesprekken — telkens met zorgvuldig uitgedachte rekwisieten en belichting. Die presentatie wekt volgens de schrijver het gevoel dat de premier een soort mannequin of influencer is die elke gemoedstoestand modieus aanpast aan het publiek.
Ook Jettens mediakeuzes komen onder vuur. Hij promootte meteen na aantreden het weinig toegankelijke platform BlueSky — een kleine, links georiënteerde app — terwijl hij tegelijk zijn grote publiek op X behoudt. Die zet wordt gezien als incongruent en opportunistisch: jarenlang klaagde D66 juist over de gevaren van Big Tech en filterbubbels; nu lijkt Jetten diezelfde digitale instrumenten te omarmen als een nieuwe zuil voor zijn politieke profilering.
Naast de showmanship staat inhoudelijke scepsis. De auteur haalt voorbeelden aan van Jettens eerdere werk als minister met klimaat- en stikstofportefeuilles, en verwijst cynisch naar beleidsmaatregelen waarvan de effectiviteit — in de ogen van de columnist — minimaal was (een beredeneerd voorbeeld is het genoemd bedrag van 28 miljard met een verwaarloosbaar temperatuurverschil als resultaat). Dat voedt het beeld van een bestuurder die veel belooft en goed acteert, maar weinig tastbaars levert.
Internationaal handelen lijkt eveneens hoog gescript: een eerste staatstelefoontje met Oekraïnes Zelensky werd publiekelijk uitgemeten in een gepolijste video waarin ook andere westerse leiders te zien zijn — beelden die de schrijver interpreteert als toneelstukje waarin Nederland vooral uitvoerder is van bredere westerse agenda’s, met Mark Rutte nog herkenbaar op de achtergrond.
Samenvattend schildert het artikel Jetten als een premier van het tijdperk van zorgvuldig georkestreerde beeldspraak: technisch perfect gepresenteerd, strategisch getimed en vooral ontworpen om verwachtingen en affecties te sturen. De columnist voelt daar grote verzadiging en wantrouwen bij; het gebrek aan spontaniteit en tastbare diepgang frustreert, en voedt de vrees dat de nieuwe minister-president vooral een merk is dat verkoopt, niet noodzakelijkerwijs iemand die de complexe problemen van zorg, woningmarkt en veiligheid op authentieke wijze aanpakt.