Rob Jetten blijft in eerste debat als premier gemakkelijk overeind

vrijdag, 27 februari 2026 (08:02) - Het Parool

In dit artikel:

Rob Jetten verscheen donderdagochtend voor het eerst als minister-president in de Tweede Kamer om verantwoording te geven over zijn regeringsverklaring. Hoewel hij al jarenlang Kamerlid (2.489 dagen) en eerder minister (904 dagen) was, was dit debat een nieuw hoofdstuk: alle ogen waren nu op hem gericht omdat hij met een minderheidskabinet steun van oppositiefracties nodig heeft.

De ochtend startte vroeg op het ministerie van Algemene Zaken; rond 9.40 uur werd hij afgezet bij het Kamergebouw. In de plenaire zaal viel direct zijn beheerste, rustige houding op: fijnafgesteld spreekgestoelte, spaarzaam met emoties en weinig concrete toezeggingen. Die reserve had strategie: Jetten kocht tijd om lastige dossiers — zoals het voorgestelde plan om de AOW-leeftijd te verhogen — aan te passen zonder het hele plan te laten vallen.

Oppositieleider Jesse Klaver was scherp en fel over die AOW-plannen, verwijzend naar het pensioenakkoord van 2019. Jetten hield consequent vast aan eenzelfde antwoord: hij hoorde de kritiek en wil ernaar kijken, maar gaf geen directe garanties. Dat leidde tot irritatie bij sommige aanwezigen, zoals D66-collega Jan Paternotte, en tot hernieuwd testen van oude banden tussen Jetten en Klaver — zij kennen elkaar al bijna twee decennia uit de partijjeugd.

Andere aanvallen — van 50Plus, SP en vooral Geert Wilders — troffen Jetten weinig. Hij liet zich zelden verleiden tot felle repliek, scheerde soms terug met eufemismen over het vorige kabinet en weigerde zich te laten meeslepen in eisen om excuses of herroepen van uitspraken van voorgangers. Wel was hij soms fel, bijvoorbeeld tegenover ChristenUnie-Kamerlid Mirjam Bikker toen zij zijn beleid aan de polder toeschreef en hem aanspreekbaar achtte.

Inhoudelijk verloor Jetten de draad zelden: dossiers als klimaat, Oekraïne, stikstof, Europese samenwerking en de WW passeerden in hoog tempo en zonder veel “dat moet ik even nakijken”. Dat suggereert dat zijn korte, intensieve formatie-inwerkperiode hem voorbereid heeft om als premier breed inzetbaar te antwoorden. Tegelijk bevestigde zijn terughoudendheid dat een minderheidskabinet concessies zal moeten zoeken bij andere partijen.

Korte sfeerimpressies illustreerden de relaxte kant van het kabinet: collega-ministers zaten ontspannen in vak K en deelden een envelop met snoepjes, terwijl Jetten formeel en geconcentreerd overeind bleef. Kortom: in zijn debuut als premier profileerde Jetten zich als kalm, strategisch zuinig met beloften en bereid tot overleg — maar niet geneigd om vroegtijdig harde toezeggingen te doen.