RIVM weigert te berekenen hoeveel coronadoden een eerdere lockdown had voorkomen
In dit artikel:
Het RIVM heeft niet uitgezocht hoeveel doden waren te vermijden geweest als Nederland in maart 2020 eerder op slot was gegaan, ondanks een door de Tweede Kamer in 2023 aangenomen motie en een toezegging van toenmalig minister Ernst Kuipers. Nu de openbare verhoren van de parlementaire enquête naar corona deze week beginnen, groeit de kritiek op dat ontbreken van een tegenfeitelijke berekening.
Het instituut maakte wel een modelberekening waaruit bleek dat drie dagen later ingrijpen tot meer dan een verdubbeling van het aantal sterfgevallen zou hebben geleid, maar het omgekeerde scenario — wat eerdere maatregelen hadden opgeleverd — bestempelde het RIVM als te hypothetisch. Het RIVM wijst erop dat onzekerheid over gedrag (of mensen zich aan strengere regels zouden houden) de uitkomst lastig maakt. Kuipers en twee leden van de begeleidingscommissie van de Onderzoeksraad voor Veiligheid dringen er desalniettemin op aan dat die berekening alsnog wordt gemaakt.
Epidemiologen noemen het een gemiste kans. Alma Tostmann pleit voor een inschatting met een foutmarge of bandbreedte, en Chantal Rovers wijst op het belang van tijdsverlies bij exponentiële groei. Er waren volgens hen al duidelijke alarmsignalen: op 10 maart bleek uit onderzoek onder zorgmedewerkers dat 4 procent besmet was, en op 11 maart—de dag dat de WHO een pandemie uitriep—had Denemarken al ingegrepen, terwijl Nederland pas op 15 maart strengere maatregelen invoerde. Kuipers schatte in Nieuwsuur dat, mits eerder ingrijpen en naleving, ongeveer 4.000 van de circa 6.000 doden in de eerste golf voorkomen hadden kunnen worden; internationale studies laten vergelijkbare cijfers zien voor andere landen.
De commissie begint eind mei 2026 met openbare verhoren, waarin onder anderen oud-premier Mark Rutte, oud-minister Hugo de Jonge, voormalig RIVM-directeur Jaap van Dissel en Kuipers worden verwacht. De uitkomst van de gevraagde tegenfeitelijke analyse wordt gezien als relevant voor verantwoording en lessen voor toekomstige pandemieën.