Rivalen Orbán en Magyar stemmen in Boedapest, opkomst flink hoger
In dit artikel:
In Boedapest brachten premier Viktor Orbán en zijn belangrijkste tegenstander, Péter Magyar van de centrumrechtse Tisza-partij, hun stem uit tijdens de Hongaarse parlementsverkiezingen. Magyar presenteert de stembusgang als een keuze “tussen Oost en West, tussen propaganda en eerlijk debat” en rekent erop dat Fidesz na zestien jaar aan de kant wordt gezet. Hij hoopt op een gewone meerderheid — of liefst een tweederdemeerderheid — om grondwetswijzigingen door te voeren en Orbán-getrouwen uit hoge posten te verwijderen. Orbán bleef ambitieus en verklaarde dat hij voor de overwinning komt.
Peilingen geven Tisza meer steun dan Fidesz, maar het vraagstuk blijft of dat in zetels vertaalt wordt. Het Hongaarse kiessysteem kent 199 zetels, waarvan 106 via lokaal af te dwingen districten lopen die recent hertekend zijn en Fidesz structureel voordeel kunnen geven. Daarnaast waarschuwde Magyar voor nep-aanhangers en meldde tientallen vermoedens van fraude.
De verkiezingen worden wereldwijd gevolgd: Orbán is binnen de EU vaak een splijtzwam en onderhoudt nauwe banden met Putin; in de VS kreeg hij openlijke steun van voormalig president Trump en vicepresident Vance bezocht recentelijk Boedapest, wat door critici als campagne voor Orbán werd gezien. Orbáns campagne richtte zich tegen Brussel en Oekraïne en schilderde president Zelensky af als tegenstander van Hongaarse belangen, terwijl Magyar de nadruk legde op binnenlandse problemen — zorg, onderwijs, openbaar vervoer en corruptiebestrijding.
Observatoren spreken van vrije maar niet eerlijke verkiezingen vanwege media-invloed, verzwakte democratische instituties en eerdere onthullingen over betaald stemmen in arme dorpen. Stemmen kan tot 19.00 uur; de eerste uitslagen worden in de uren daarna verwacht.