Rijkswaterstaat schuift onderhoud van wegen in Noorden op lange baan. 'Onacceptabel en niet uit te leggen'
In dit artikel:
Rijkswaterstaat heeft de aanbesteding van meerdere onderhoudsprojecten aan noordelijke rijkswegen tijdelijk stopgezet omdat het beschikbare budget voor wegenonderhoud (2,8 miljard euro voor de periode tot 2026) in juni is uitgeput. De maatregel betreft werkzaamheden die voor 2027–2028 gepland stonden en raakt belangrijke verbindingen in Groningen en Drenthe, zoals delen van de A7 richting de Duitse grens, de A28 (Groningen–Assen en Hoogeveen–Beilen), de A37 (Hoogeveen–Emmen) en onderhoud aan de N33 bij Appingedam.
Concreet betekent dit dat in het Noorden voorlopig niet wordt uitgevoerd: vervanging van circa 92 km asfalt, behandeling met zogeheten verjongingscrème op ongeveer 130 km, vervanging van 104 km vangrails en onderhoud aan bijna 100 viaducten. Rijkswaterstaat benadrukt dat het om uitstel gaat en dat prioriteiten door minister en Tweede Kamer moeten worden vastgesteld; een prioriteitenlijst wordt in het najaar verwacht. Veiligheid op de wegen blijft volgens de organisatie continu gemonitord; waar nodig kan dat leiden tot rijstrookafsluitingen of verlaging van snelheden. Ook wordt gewezen op de kwetsbaarheid voor vorstschade komende winter als onderhoud uitblijft.
De beslissing stuit op scherpe kritiek van regionale belangenbehartigers. VNO-NCW MKB Noord noemt het onacceptabel dat het Noorden verantwoordelijkheden ziet wegschuiven en betoogt dat ondernemers afhankelijk zijn van veilige en betrouwbare infrastructuur. De noordelijke provinciebesturen spreken van verbijstering en zien een patroon: bij krapte zou het Noorden steeds naar achteren worden geschoven. Gedeputeerden waarschuwen dat uitstel leidt tot hogere kosten, grotere veiligheidsrisico’s en slechtere bereikbaarheid, zeker omdat Noord-Nederland op enkele hoofdverbindingen is aangewezen.
Naast de directe praktische gevolgen wijst de discussie op een breder politiek dilemma over investeringen in infrastructuur: bezuinigingen of vertraagde uitgaven kunnen op korte termijn ruimte bieden in de begroting, maar vergroten op langere termijn onderhoudsachterstanden, kosten en risico’s voor weggebruikers.