Rijkswaterstaat schrapte 'alle duurzaamheid' uit megaproject - om 0,4 procent kosten te besparen
In dit artikel:
Rijkswaterstaat heeft bij de verbouwing van de sporen en de A10 bij Station Amsterdam Zuid delen van de duurzaamheidsambitie geschrapt: speciaal duurzaam beton, elektrisch bouwmaterieel en een extra milieuvriendelijke laag onder het asfalt worden niet uitgevoerd. De ingreep komt voort uit flinke kostenoverschrijdingen bij het Zuidasdok, een omvangrijk infra‑programma dat in 2019 begon en naar verwachting pas in 2037 is afgerond. Waar de projectbegroting aanvankelijk op circa 1,4 miljard euro stond, ligt die inmiddels op 4,3 miljard; er is bovendien nog een mogelijk tekort van 1,21 miljard, waardoor Rijkswaterstaat op circa 5,4 miljard rekent.
Het schrappen van de extra duurzaamheidsmaatregelen werd publiek zichtbaar toen een projectleider tijdens een congres verklaarde dat “alle duurzaamheid uit het project gesloopt” was. Rijkswaterstaat nuanceert die uitspraak: wettelijke eisen blijven gehandhaafd en niet álle groene maatregelen zouden zijn weggevallen. Toch erkent de organisatie dat een reeks aanvullende milieumaatregelen is geschrapt. Die extra opties zouden volgens Rijkswaterstaat ongeveer 21 miljoen euro kosten — minder dan 0,4 procent van de huidige begroting — maar omdat het project moest bezuinigen (onder meer een opdracht om 70 miljoen euro ‘soberder te realiseren’), sneuvelden ze.
Een belangrijke oorzaak voor het wegvallen van duurzaamheid is timing en contractering: duurzaamheid werd volgens betrokkenen pas echt besproken nadat de contracten met aannemers waren gesloten. Daardoor konden alleen maatregelen worden onderzocht die ook door de aannemer acceptabel en kostenneutraal waren. Toen financiële tegenvallers in 2023 duidelijk werden — onder meer door inflatie en complexiteit bij herinrichting van knooppunt Amstel en tunnelbouw — kregen extra klimaatdoelen weinig ruimte in de budgettaire strijd.
Een concreet gevolg van deze aanpak is dat er geen volledige klimaat‑ en materiaalimpactberekening in het oorspronkelijke plan zat. Rijkswaterstaat zegt daarom niet kwantitatief te kunnen aangeven hoeveel extra CO2 de schrapping oplevert; onderzoeksplatform FTM schat dat echter op duizenden tot tienduizenden tonnen extra CO2. Ter vergelijking: bij een vergelijkbaar project, de A16 en Rottemerentunnel in Rotterdam (2019–2025), was energieneutraliteit van meet af aan een doel, met minimale tunnelenergie en lokale zonnecompensatie.
Critici vinden dat de overheid als grote opdrachtgever een voorbeeldrol moet hebben. Jacqueline Cramer, voormalig minister en betrokken bij het zogeheten betonakkoord van 2018, noemt het onwenselijk dat Rijkswaterstaat afziet van duurzaam beton en waarschuwt dat zonder bereidheid van opdrachtgevers een transitie in de bouw traag blijft. Tegelijkertijd erkent ProRail dat duurzaamheid in de beginfase van Zuidasdok minder formeel was verankerd dan nu.
De zaak illustreert het spanningsveld tussen kostenbeheersing en klimaatambities in grote infraprojecten: ruimte is schaars en keuzes over wie betaalt voor duurzaamheid bepalen welke doelen haalbaar blijven.