Rijksbouwmeester: woningsplitsing op korte termijn belangrijker dan nieuwbouw
In dit artikel:
Rijksbouwmeester Francesco Veenstra waarschuwt dat het nieuwe kabinetsplan om de woningnood te bestrijden met dertig grote nieuwbouwlocaties op korte termijn weinig oplost. Volgens hem biedt het slimmer benutten van de bestaande woningvoorraad, vooral door woningsplitsing, sneller soelaas. Woningsplitsing betekent dat huiseigenaren bestaande huizen — veelal rijtjeshuizen — ombouwen tot meerdere zelfstandige woningen. Dit kan relatief snel extra woonruimte opleveren, mits gemeenten regels versoepelen en het kabinet wetgeving aanpast om splitsen te faciliteren.
Het kabinetsakkoord van D66, VVD en CDA zet vooral in op dertig nieuwe wijken of zelfs nieuwe steden; 21 van die locaties waren al eerder in kaart gebracht, de overige negen moet minister Elanor Boekholt-O’Sullivan nog aanwijzen. Veenstra vindt bouwen belangrijk voor de lange termijn, maar pleit ervoor vooral te bouwen bij bestaande kernen omdat daar al infrastructuur zoals scholen, winkels en openbaar vervoer aanwezig is.
Hij waarschuwt ook voor een eenzijdige kwantitatieve aanpak: massale, snelgebouwde projecten zonder aandacht voor architectuur en diversiteit leveren mogelijk woonaanbod, maar geen aantrekkelijke of weerbare buurten op de lange termijn. Nederland heeft volgens hem een rijke bouwtraditie die benut moet worden om leefbare wijken te maken en te voorkomen dat woningen over decennia ongewenst blijken.
Tijdens de verkiezingscampagne stonden vergelijkbare voorstellen — zoals D66’s idee van tien nieuwe steden — ter discussie en kregen kritiek van experts. Ook auteurs en kenners, zoals Cees W. de Jong, tonen zich sceptisch over de haalbaarheid en kwaliteit van grootschalige nieuwbouwplannen. Conclusie van Veenstra: voor snelle verlichting van de wooncrisis is splitsen van bestaande woningen effectiever; grootschalige nieuwbouw blijft wezenlijk maar vooral voor de lange termijn.