Rijksbouwmeester: Pas 5 procent van huizen aan, en het tekort is al weggewerkt
In dit artikel:
Rijksbouwmeester Francesco Veenstra waarschuwt dat alleen nieuwbouw niet volstaat om het Nederlandse woningtekort structureel aan te pakken. Hij benadrukt de noodzaak van langetermijndenken en moed bij politici om tot een stabiele en inhoudelijke consensus te komen over volkshuisvesting, waarmee maatschappelijke trends als bevolkingsgroei, vergrijzing en kleinere huishoudens goed kunnen worden opgevangen. Hoewel recent aangenomen wetten meer regie opleveren voor overheid en provincies, ontbreekt nog een heldere langetermijnvisie.
Veenstra pleit voor het beter benutten van de bestaande woningvoorraad, bijvoorbeeld door het splitsen van woningen en het stimuleren van samenwonen via de hospitaregeling. Ook transformatie van kantoren en winkels tot woningen is een effectieve manier om het tekort sneller terug te dringen. Daarnaast moet nieuwbouw niet alleen in periferie plaatsvinden, maar verdient verdichting in grote en middelgrote steden prioriteit vanwege aanwezige infrastructuur en voorzieningen.
Daarnaast vraagt hij aandacht voor een gezondere en groenere stedelijke openbare ruimte, waarbij minder ruimte wordt besteed aan auto’s en meer aan groen en recreatie. Dit draagt bij aan het verminderen van hittestress en het verbeteren van de leefbaarheid. Veenstra verwacht een afname van automobiliteit en een verschuiving naar meer lokaal gerichte woon- en werkomgevingen, zonder dat het open landschap tussen steden zal verdwijnen.
Hoewel hij ook een oproep doet aan burgers om hun gedrag aan te passen, stelt Veenstra dat de overheid een fundamentele rol blijft spelen in het waarborgen van rechtvaardige en stabiele huisvesting. Continuïteit in beleid en sturing is cruciaal, zeker gezien de kwetsbaarheid van de bouwsector bij economische schommelingen. Zijn boodschap is helder: goede volkshuisvesting vraagt om moedige, toekomstgerichte keuzes en samenwerking tussen overheid, markt en samenleving.